Logo ZN Zorgverzekeraars Nederland

Achtergrond

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is dertig jaar geleden ingevoerd om gehandicapten en chronisch zieken meer zorg en meer sociale zekerheid te geven. Er waren te weinig voorzieningen, onder andere omdat die moesten worden betaald uit allerlei geldpotjes, bijstandsgeld of eigen middelen. Het bleek niet of nauwelijks mogelijk het risico van chronische aandoeningen en beperkingen particulier te verzekeren, terwijl een collectieve verzekering ontbrak. Daardoor werden veel mensen veroordeeld tot een marginaal bestaan van geldzorgen, onvoldoende voorzieningen en sociaal isolement. De AWBZ moest voor die oplossing zorgen. Voor ogen stond een 'integrale voorziening', dat wil zeggen: zowel intra- als extramurale zorg en speciale voorzieningen zoals woningaanpassing, liften en aangepaste auto's. Met een beroep op het beginsel van gelijke kansen werd beoogd mensen met ernstige aangeboren gebreken, chronisch zieken en geesteszieken 'meer in het maatschappelijk proces op te nemen en zoveel mogelijk kansen geven om aan het maatschappelijk leven deel te nemen.' 

De AWBZ is inmiddels uitgegroeid tot de grootste financieringsbron van de gezondheidszorg, zowel naar omvang als bereik. Via de AWBZ wordt ruim 18 miljard euro aan gemeenschapsgeld doorgesluisd naar vier van de vijf grote sectoren van de gezondheidszorg: de ouderenzorg, de langdurige geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor lichamelijk gehandicapten en de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Daarnaast draagt de AWBZ nog 3,5 miljard euro bij aan langdurige curatieve zorg en 200 miljoen euro aan collectieve preventie. Het aspect van de onverzekerbare risico's is gedurende de jaren naar de achtergrond verschoven. Bij de samenstelling van het huidige verstrekkingenpakket van de AWBZ zijn vooral de samenhang van en de substitutiemogelijkheden tussen voorzieningen belangrijke overwegingen geweest. Daardoor maken ook verzekerbare risico's, zoals de thuiszorg er deel vanuit.

Toekomst AWBZ  
In opdracht van het kabinet heeft de SER een advies opgesteld over de AWBZ. De raad formuleert in het advies een zestal ‘beleidsopgaven’ voor de AWBZ:

1. Het veel meer centraal stellen van de cliënt door het bieden van meer keuzevrijheid en regiemogelijkheden. Tegelijkertijd moet het toekomstige stelsel rekening houden met cliënten die niet of in mindere mate kunnen kiezen of de regie over het eigen leven kunnen voeren.

2. Verbetering van de kwaliteit van de zorg en het versterken van de zorginhoudelijke en logistieke samenhang tussen curatieve zorg (cure), langdurige zorg (care) en ondersteuning bij participatie;

3. Het waarborgen van de beschikbaarheid van de zorg en vooral van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel.

4. Het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid voor (draagkrachtige) cliënten, onder handhaving van de financiële toegankelijkheid van de zorg. Dat geldt met name voor de omgeving waarin de zorg wordt verleend (de woonfunctie).

5. Het vergroten van de flexibiliteit en dynamiek op de zorgaanbodmarkt om meer innovatie, differentiatie en maatwerk in het zorgaanbod mogelijk te maken. 

6. Het waarborgen van de financiële houdbaarheid en het maatschappelijk draagvlak (solidariteit) voor het zorgstelsel in de toekomst. In het kader van een brede vergrijzingsstrategie moet het beleid zijn gericht op het creëren van een zo breed en zo stevig mogelijk sociaal-economisch draagvlak en op het vergroten van de beheersbaarheid van de volume- en kostenontwikkeling van de langdurige zorg, om zo ‘onnodige’ stijgingen van de AWBZ-uitgaven te voorkomen.   

Wilt u meer lezen over het SER-advies en de opvattingen van ZN >>

Enkele kerncijfers over de AWBZ vindt u terug in de verschillende tabellen >> 
Meer cijfers kunt u vinden op de website van VWS.

Modernisering AWBZ         
In het regeerakkoord van Paars II uit 1998 is een ingrijpend programma aangekondigd tot modernisering van de AWBZ. Per 1 april 2003 is een deel van deze modernisering een feit geworden. De modernisering van de AWBZ heeft als primaire doelstelling de ombouw van de AWBZ van een in essentie aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd systeem. Dit betekent dat de klant centraal komt te staan, met meer AWBZ-brede keuzemogelijkheden teneinde zorg op maat te ontvangen. Het betreft een majeur traject met veel actoren en verschillende deeltrajecten. 

Doelstelling van het plan van aanpak voor de modernisering van de AWBZ was een zodanige opzet en uitvoering van de AWBZ dat binnen de beschikbare collectieve middelen:

  • de cliënt met een zorgvraag centraal staat
  • zorg op maat wordt geleverd
  • vermaatschappelijking van de zorg wordt gestimuleerd
  • de doelmatigheid wordt bevorderd           

 

In de gemoderniseerde AWBZ vervult het zorgkantoor in de regio voor zijn verzekerde inwoners een spilfunctie als uitvoerder van de AWBZ. Als zodanig is het zorgkantoor verantwoordelijk voor het contracteren van zorgaanbieders zodat er voldoende zorg in de regio is, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Gegeven deze taken wordt het zorgkantoor een belangrijke speler in het kader van de kostenbeheersing. De aanbieder van zorg concentreert zich op zijn kerntaak, te weten het verlenen van zorg aan cliënten, die geïndiceerd zijn. Het indicatieorgaan is verantwoordelijk voor het beoordelen van de zorgvraag en bepaalt daarmee de toegang.

Samenhangend met de herijking van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van partijen is het instrumentarium aangepast. Centraal daarin stond het flexibiliseren van de aanspraken. Door de aanspraken functioneel te omschrijven vindt ontkoppeling van de aanspraken van de aanbieders plaats. Ook de met aanbieders van zorg verbonden regelgeving op basis van de WTZi en de WMG moest hierop worden aangepast (functiegerichte bekostiging en AWBZ-brede bouwmaatstaven). Andere acties waren het loslaten van de contracteerplicht in de extramurale zorg en de toelating met bijbehorende capaciteitsbepaling, de indicatiestelling ‘nieuwe stijl’ en het regionaal kader. Tot slot is het PGB 'nieuwe stijl' geïntroduceerd wat een verbreding van de mogelijkheden inhield en waarmee een aanzienlijke vereenvoudiging van de uitvoering beoogd werd.

Met het kabinet Balkenende II en vervolgd door III en IV is de modernisering van de AWBZ omgebogen in een beleid dat gericht is op de beheersing van de AWBZ. Het terugdringen van de kosten via budgetplafonds en het stringenter reguleren van de vraag via een gecentraliseerd indicatieorgaan zijn hier uitingen van.  De positie van de zorgkantoren met enerzijds ‘zorgplicht’ en anderzijds een beperkte regionale contracteerruimte wordt steeds meer knellend ervaren.