Logo ZN Zorgverzekeraars Nederland

Aanvullende instructies/weesindicaties

Voor een aantal geneesmiddelen opgenomen op Bijlage 2 geldt dat het middel ook vergoed wordt als er sprake is van een weesindicatie. Hiervan is sprake indien:

• het geneesmiddel voor die indicatie niet is geregistreerd en 
• en het een ziekte betreft die in Nederland niet vaker voorkomt dan bij 1 op de 150.000 inwoners en 
• de werkzaamheid van dat geneesmiddel bij die indicatie wetenschappelijk is onderbouwd en 
• in Nederland voor die aandoening geen behandeling mogelijk is met enig ander voor die aandoening geregistreerd geneesmiddel

De geneesmiddelen op bijlage 2, die zorgverzekeraars op artsenverklaring of machtiging vooraf hebben gezet (groep 3 en 4 van het uniforme beleid),  met vergoede weesindicaties zijn:
• somatropine (7)
• G-CSF (11) (alleen in bepaalde situaties)
• etanercept (22)
• r-DNA-interferon alfa (27)
• erytropoëtine en analoga (27)
• anakinra (27)
• bosentan (28)
• adalimumab (33)
• infliximab (48)

De door het CVZ erkende weesindicaties staan vermeld op de betreffende artsenverklaringen. Voor etanercept, adalimumab en infliximab zijn er aparte artsenverklaringen voor de ongeregistreerde, door het CVZ erkende indicaties.

Gaat het om een andere, niet door het CVZ erkende weesindicatie (zie criteria hierboven), dan kunt u als behandelend arts rechtstreeks bij de betreffende zorgverzekeraar een gemotiveerde vergoedingsaanvraag doen. De zorgverzekeraar heeft dan de volgende gegevens nodig. 
• NAW-gegevens en verzekerdenummer van de patiënt. 
• De exacte indicatie plus het geschatte aantal patiënten in Nederland. 
• (Farmaco)therapeutische behandelingen die al hebben plaatsgevonden, en het resultaat van deze behandelingen.
• Behandelrichtlijn of -protocol. 
• Gepubliceerd onderzoek naar de werkzaamheid bij de betreffende indicatie.