|
|
Weblog Pieter Hasekamp
| Welkom op mijn weblog. Sinds januari 2008 – toen ik ben begonnen in mijn nieuwe baan als algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland – doe ik hier verslag van mijn werkzaamheden, ervaringen en opvattingen. Ik hanteer daarbij een paar eenvoudige spelregels. Vertrouwelijke gesprekken blijven vertrouwelijk – en zijn hier dus niet terug te vinden. Van overleggen, besprekingen en bijeenkomsten die geen “openbaar” karakter hebben vermeld ik hooguit het globale onderwerp en de deelnemers – niet wat die deelnemers over het onderwerp, laat staan over elkaar, gezegd hebben. Ik voel me daarentegen vrij om mijn eigen inbreng, of mijn opvattingen over een bepaald onderwerp, hier weer te geven. Daar ben ik uiteraard ook als enige op aanspreekbaar. Ik streef niet naar volledigheid: veel reguliere vergaderingen, wekelijkse overleggen en dergelijke zijn hier niet terug te vinden. Mijn agenda blijft het vertrekpunt, maar actualiteiten uit de wereld van zorg en verzekeringen kunnen eveneens aanleiding zijn voor een bericht op dit weblog. Ik wens iedereen veel leesplezier. | |
 |
Het Beste Zorgidee
26 augustus 2010
Vandaag heb ik een belangrijke taak. Samen met Niek Urbanus, oud-bestuursvoorzitter van het AMC, en Erno Kleijnenberg, bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar ONVZ, zit ik in de jury van de verkiezing van Het Beste Zorgidee van Nederland 2010. Uit de vele honderden inzendingen mogen we, geholpen door Ine Zijlstra, divisiemanager Zorg bij ONVZ, een shortlist van de vijf beste ideeën kiezen. Die worden binnenkort op de speciale website bekend gemaakt, waarna iedereen zijn stem kan uitbrengen. Uiteindelijk maakt ONVZ op 26 oktober bekend wat dit jaar het beste zorgidee van Nederland is. ONVZ organiseert deze wedstrijd inmiddels voor het derde jaar. Ik vind het bijzonder leuk om daarin een rol te mogen spelen. Niet alleen omdat innovatie in de zorg belangrijk is, maar ook omdat de prijs zich richt op praktische, goed uitvoerbare ideeën die afkomstig zijn van gewone Nederlanders: verzekerden, patiënten en werkers in de zorg. Op de website is nu al een voorselectie te vinden uit de verschillende inzendingen, variërend van een voorstel voor de herintroductie van de schoolarts tot verschillende ICT-toepassingen. Ik ben benieuwd wie er straks gaat winnen.
Ombudsman Zorgverzekeringen
25 augustus 2010
Vandaag maak ik kennis met Reina van Marwijk Kooy. Zij volgt per 1 september Elisabeth Schmitz op als Ombudsman Zorgverzekeringen. De functie van ombudsman is ondergebracht bij de onafhankelijke Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen; zij bemiddelt bij problemen tussen zorgverzekerden en zorgverzekeraar. In ongeveer de helft van de gevallen leidt dat tot resultaat; mocht dat niet lukken, dan bestaat de mogelijkheid een klacht of geschil voor te leggen aan de onafhankelijke geschillencommissie, die een bindend advies geeft. Elisabeth Schmitz is ruim tien jaar ombudsman geweest en heeft zich op voortreffelijke wijze van haar taak gekweten, consciëntieus en altijd met oog voor de menselijke maat. Ik wens Reina van Marwijk Kooy als haar opvolger veel succes en wijsheid toe.
Projectmatig werken
24 augustus 2010
De dinsdagochtend begint met een personeelsbijeenkomst van ZN over projectmatig werken. Dat doen we steeds meer: op dit moment lopen er bijvoorbeeld projecten gericht op de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars, op het individueel declareren in de AWBZ en op de gezamenlijke controleaanpak door zorgverzekeraars. Daar hebben we goede ervaringen mee, maar er blijven uiteraard verbeterpunten. Uit de evaluatie in het ZN Managementteam blijkt dat het belangrijkste aandachtspunt ligt bij het opstellen van het projectplan: wat moet nu precies het resultaat zijn? Wie is verantwoordelijk voor de opdracht? En voor de afstemming met onze leden? En niet onbelangrijk: waarom kiezen we eigenlijk voor een project en niet voor een “gewone” klus binnen de ZN-organisatie? Naast het beantwoorden van deze fundamentele vragen vooraf is het de kunst om tijdens het project een goede afstemming te houden met de lijnorganisatie, zowel ten aanzien van de inzet van capaciteit als op inhoudelijk terrein. Geruststellend daarbij is dat bij de evaluatie helder naar voren kwam dat dit een aandachtspunt blijft bij alle lijnorganisaties waar ook in projectvorm wordt gewerkt. Gedeelde smart…
Volle vaart vooruit
23 augustus 2010
Voor de meeste mensen is de vakantie voorbij. Zelf ben ik inmiddels al weer twee weken aan het werk. Toch had ik afgelopen maandag nog wel een soort vakantiegevoel toen ik te gast was bij zorgverzekeraar Menzis op Sail 2010. Voor mij de eerste keer bij dat schitterende evenement. We voeren mee op de Willem Barentsz om de echte sterren van Sail, de “tall ships”, uitgeleide te doen. Ondanks, of misschien wel mede dankzij, het typisch Hollandse zomerweer – eerst regen, toen wind – een unieke ervaring. Aan boord, met ruim vijftig genodigden, natuurlijk ook Roger van Boxtel, voorzitter van de raad van bestuur van Menzis. Samen met Willem Vermeend schreef hij onlangs het boek ‘Uitdagingen voor een gezonde zorg’. Dat biedt een actuele en prikkelende analyse van de uitdagingen waar de zorgsector voor staat en verkent oplossingsrichtingen om de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de Nederlandse gezondheidszorg veilig te stellen. De auteurs pleiten voor een andere benadering van de problematiek, die begint met de constatering dat de zorg niet moet worden beschouwd als een kostenpost, maar als een zeer belangrijke economische sector die een aanzienlijk bijdrage levert aan de welvaart. Daaruit volgt logischerwijs een andere wijze van financiering en aansturing vanuit de overheid, waarbij het maatschappelijke belang voorop staat (en niet de boekhouding van het Budgettaire Kader Zorg). Een aansprekend betoog, dat ik tekort doe door het in twee zinnen te willen samenvatten. Nu maar hopen dat het nieuwe kabinet echt aan de slag wil met de vernieuwingsagenda voor de gezondheidszorg. Mijn eigen ideeën daarover heb ik vorige week weergegeven in mijn blog op Skipr. Na een zomer van overleg in achterkamertjes zal de politiek nu echt op korte termijn knopen moeten doorhakken. De zorgsector schijnt daarbij nog een heikel punt te zijn. Mijn oproep blijft: geef ruimte. Schrap regels en toezichthouders. Maar ook: eis resultaat en leg de verantwoordelijkheid daarvoor bij de sector. De overheid kan de zorg niet beter maken, dat moeten de veldpartijen – patiënten en consumentenorganisatie, professionals, zorginstellingen en zorgverzekeraars – echt zelf doen. Inderdaad: volle vaart vooruit!
Vakantietijd
1 juli 2010
Het is de laatste dag voor het zomerreces van de Tweede Kamer. Buiten is het dertig graden, binnen proberen vier heren en een dame nog steeds met elkaar in gesprek te komen over de vorming van een nieuw kabinet. De rest van het land kijkt naar voetbal en gaat straks gewoon op vakantie. Dat geldt ook voor mij. Ik wens alle lezers van dit weblog een hele goede vakantieperiode en meld mij straks in augustus weer terug.
RVZ Debat
10 juni 2010
Na een korte nacht is vandaag de uitslag van de verkiezingen overal onderwerp van gesprek. Het wordt moeilijk een kabinet te vormen, en dat is niet in het belang van het land. Voor de zorgsector geldt specifiek dat behoefte is aan heldere politieke keuzes. ZN blijft pleiten voor het doorgaan met de ontwikkeling van een vraaggericht zorgstelsel, uitvoering van AWBZ door zorgverzekeraars en vergroting van de doelmatigheid in de zorg via verantwoorde prikkels. De thematiek van het debat dat de Raad van de Volksgezondheid (RVZ) die middag organiseert – sturing, bekostiging en financiering van de zorg – sluit mooi aan op die behoefte aan duidelijkheid. Dit is het laatste debat in de reeks die de RVZ organiseert over de discussienota Zorg voor je gezondheid! Op basis van de suggesties, vragen en opmerkingen uit die debattenreeks wil de RVZ in augustus komen tot een advies over de Strategische Zorgagenda – zeg maar het werkprogramma voor de nieuwe minister van VWS.
Reis door de mens
7 juni 2010
Vandaag een vergaderdag op een leuke locatie. Voor het jaarlijkse uitje van het ZN-bestuur is dit jaar namelijk gekozen voor Corpus in Oegstgeest. We beginnen met een directieoverleg, daarna volgt de bestuursvergadering. Een volle agenda, met onder meer een terugblik op de lobbyactiviteiten tijdens de verkiezingscampagne en een vooruitblik op de kabinetsformatie. Na deze bestuursvergadering volgt een rondleiding door Corpus. Bedenker en initiatiefnemer Henri Remmers licht toe hoe het Centrum tot stand is gekomen en vervolgens mogen we de ‘reis door de mens’ zelf meemaken. Een mooie ervaring, en goed om te horen dat Corpus inmiddels een doorslaand succes is. Aansluitend aan de rondleiding volgt een boeiende discussie met de gastspreker van vandaag Jet Bussemaker, voormalig staatssecretaris van VWS. Zij reflecteert op de ontwikkelingen in de AWBZ en de langdurende zorg. De discussie wordt voortgezet in restaurant De Beukenhof in Oegstgeest. Bekend terrein, want op een steenworp afstand ligt mijn oude lagere school – en die van Jet Bussemaker, tot ons beider verbazing. Het is een kleine wereld.
Zeker over Zorg
1 juni 2010
Het is de tijd van de verkiezingsdebatten en uiteraard kan ZN dan niet achterblijven. Studio A12 in Bunnik vormt vanmiddag de setting voor het Nationale Verkiezingsdebat ‘Zeker over Zorg’ , georganiseerd door de CG-Raad, de NPCF en Zorgverzekeraars Nederland. Acht (aanstaande) Kamerleden op het podium debatteren aan de hand van stellingen over de betaalbaarheid van de zorg, over marktwerking en vraaggerichtheid en over de toekomst van de AWBZ. Vanuit de zaal, vol met vertegenwoordigers van patiënten, cliënten, zorgverzekeraars en andere genodigden, komt stevige inbreng en namens de organisatorische partijen. mogen Martin Vermeer, Ad Poppelaars en ikzelf reflecteren op de discussies. De boodschap is helder: luister naar patiënten en cliënten en geef ze zoveel mogelijk eigen regie. Voer geen eindeloze stelseldiscussies, maar biedt een heldere lijn voor de komende vier jaar. Laat de toekomst van de AWBZ niet bepalen door de rekenmodellen van het CPB. Pas op met het vervangen van verzekerde rechten door (gemeentelijke) voorzieningen. En over betaalbaarheid: eerst moeten we alles doen om de zorg doelmatiger en effectiever te maken, pas dan kan er ook een hogere rekening bij de patiënt worden neergelegd. Lees verder op zn.nl.
Zorg Innovatie Event
31 mei 2010
Vandaag begin ik in Zeist net de wekelijkse directievergadering van ZN. Na de lunch ga ik eerst naar VWS voor een overleg met DG Langdurige Zorg Marcelis Boereboom en vervolgens naar het ING House in Amsterdam voor het jaarlijkse Zorg Innovatie Event, georganiseerd door bureau Coincide. Het seminar is in de eerste plaats een “terugkomdag” van de zorginnovatiereis, afgelopen februari, naar Barcelona. De reisdeelnemers hebben hun indrukken en bevindingen vastgelegd in een artikelenbundel “Sanidad Moderna”, die bij deze gelegenheid wordt uitgereikt. Mijn eigen bijdrage gaat over de Spaanse ervaringen met “capitation” – eigenlijk een abonnementstarief voor de zorg, met een vast bedrag per inwoner of per verzekerde – en de lessen die daaruit voor Nederland te trekken zijn. Vandaag gaan we met de reisdeelnemers en een flink aantal andere bestuurder uit de zorg in gesprek over de heroverwegingen in de zorg en de mogelijkheid om de komende jaren groei van de zorguitgaven te beheersen. Na het plenaire gedeelte – met inleidingen van onder meer Leon van Halder, Iris van Bennekom, Roger van Boxtel en Alexander Rinnooy Kan – wordt per tafel een specifiek thema uitgediscussieerd. Ik mag als tafelvoorzitter een debat leiden over “de zorg als economische sector”. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de vraag waar de kansen liggen voor de gezondheidszorg als economische (groei-) sector en hoe we de baten van de zorg beter over het voetlicht kunnen krijgen De voorzichtige conclusie daarbij is dat waar de sector Onderwijs er goed in geslaagd is zichzelf – terecht! – neer te zetten als een investering in de toekomst van Nederland, de zorg op dat punt nog wel een weg te gaan heeft. Toch heeft de zorg, bijvoorbeeld in termen van de sterk gestegen (gezonde) levensverwachting, wel degelijk een fors maatschappelijk rendement – door Marc Pomp, in zijn boek “Een beter Nederland” onlangs zelfs voorzichtig becijferd op 30%. De kunst is om die economische meerwaarde helder uit te dragen en ook te vertalen in kansen voor innoverende bedrijven die producten en diensten aanbieden gerelateerd aan (bijvoorbeeld) vitaliteit, zelfmanagement en zorg op afstand. Export van behandelingen is geen doelstelling – dat zou immers neerkomen op het importeren van patiënten en een nog grotere krapte op de toekomstige arbeidsmarkt voor de zorg. Maar het exporteren van behandelmethoden en producten zoals genees- en hulpmiddelen biedt wel weer grote kansen. Mijn bijdrage aan het rapport over de Zorg Innovatie reis 2010 vindt u hieronder.
Geabonneerd op Zorg
Spaanse ervaringen met capitation en de lessen voor Nederland
Het leuke van het Spaanse zorgstelsel is dat er geen systeem in zit. Omdat de organisatie van de gezondheidszorg een verantwoordelijkheid is van de regionale overheden, bestaat er een bonte verscheidenheid aan bekostigingssystemen en manieren om de zorg te organiseren. Eén van de interessantere varianten daarbij is de mogelijkheid van “capitation” – hoofdgeld, in goed Nederlands. Dat hoofdgeld is eigenlijk een abonnementstarief per inwoner of per verzekerde, betaald door de partij die de zorg inkoopt – in Spanje de regionale overheid. Dat kan gebeuren op heel beperkte schaal, zoals bij de private eerstelijnscentra (EBA’s) die in delen van Catalonië voor een klein geografisch gebied de eerstelijnszorg (exclusief de geneesmiddelenverstrekking) voor hun rekening nemen. Of het kan gaan om de organisatie van de totale zorg voor een compleet departement, zoals het geval is in Alzira, waar de private verzekeraar Adeslas na een aanbesteding door de regio Valencia vijftien jaar lang de integrale gezondheidszorg uitvoert. Omdat dat laatste de meest vergaande vorm van hoofdgeld is, zal ik hieronder vooral aan het Alzira model aandacht besteden. Ik ga eerst in op de vormgeving van het model en vervolgens op de voor- en nadelen van capitation. Ten slotte bekijk ik of er lessen voor Nederland te trekken zijn. Vormgeving Het Alzira model is een vorm van publiek-privaat partnerschap, waarbij een privaat bedrijf een concessie krijgt om de integrale gezondheidszorg voor een bepaald gebied uit te voeren. In Alzira is dat Adeslas, terwijl bijvoorbeeld Capio de zorg uitvoert voor Valdemoro, vlakbij Madrid. In beide gevallen gaat het om een “zorgdepartement”, dat valt onder de verantwoordelijkheid van de regionale overheid. De regio Valencia (5 miljoen inwoners) bestaat uit zo’n 20 departementen; Alzira heeft 255.000 inwoners. In 1997 is door de regionale overheid een concessie verleend voor 15 jaar, met een mogelijke verlenging voor vijf jaar. Onderdeel van het contract zijn de overeengekomen initiële investeringskosten (160 miljoen euro) voor de bouw van een ziekenhuis en de versterking van eerstelijns- en gespecialiseerde zorg. Het risico voor investering en exploitatie ligt bij de private partij; na afloop van de concessieperiode vallen de eigendoms- en gebruiksrechten (weer) geheel aan de overheid toe. Adeslas ontvangt tijdens de concessieperiode een hoofdgeld per inwoner (€ 535 in 2007), dat jaarlijks wordt geïndexeerd. Wanneer patiënten zorg inroepen van buiten het departement, dient Adeslas aan de overheid de volledige DRG-prijs te betalen. Andersom wordt voor patiënten van buitenaf 80% van de DRG-prijs gerekend. Het contract voorziet in publieke controle op de geleverde prestaties: administratieve afhandeling, dienstverlening, geleverde productie en kwaliteit. Het rendement voor Adeslas is gemaximeerd op 7,5%. Voordelen Het grote voordeel van abonnementssystemen in de zorg is dat de partij die rechtstreeks invloed kan uitoefenen op de volumeontwikkeling, de zorgaanbieder, een belang heeft om de kosten van de zorg laag te houden. Dat betekent dat er stevige doelmatigheidsprikkels bestaan: nadruk op preventie en goedkope zorg in de eerste lijn; geen onnodige diagnostiek of doorverwijzingen; een efficiënte organisatie van het zorgproces. Daarnaast staat er ook neerwaartse druk op de nominale kostencomponent: inkoop van apparatuur, genees- en hulpmiddelen, salarissen. De ervaringen in Alzira laten zien dat de kosten per hoofd zo’n 25% lager liggen dan in de rest van de regio. Dat wordt bereikt door een hogere capaciteitsbenutting van operatiekamers (6,6 operaties per dag tegenover een gemiddelde van minder dan 5 in dezelfde regio), minder ligdagen (4,8 tegenover een gemiddelde van ruim 6,5) en meer verrichtingen in de eerste lijn. Ook op dienstverlening scoort het model goed: ruimere openingstijden, geen wachtlijsten, hoge klant- en medewerkertevredenheid. Nadelen Abonnementssystemen kennen, in ieder geval in theorie, een aantal nadelen. Waar bij betaling per verrichting een grote kans bestaat op overbehandeling en aanbodgeïndiceerde vraag, geldt bij capitation het omgekeerde: een risico op onderbehandeling en neerwaartse druk op kwaliteit. Daarnaast zouden aanbieders in de verleiding kunnen komen om patiënten te weigeren of snel door te verwijzen naar andere aanbieders. Dat risico wordt in het Alzira model ondervangen doordat het gaat om het integrale zorgaanbod in een regio, waarbij Adeslas moet betalen voor iedere patiënt die elders zorg consumeert. Door dat mechanisme, en door de publieke controle op de geleverde prestaties, wordt ook het gevaar van onderaanbod, onderbehandeling en te lage kwaliteit gemitigeerd. Uit de gepresenteerde cijfers blijkt dat Alzira op deze punten goed scoort, maar daarbij moet wel worden aangetekend dat het vergelijkingsmateriaal in Spanje ligt in het publieke stelsel, dat niet bepaald uitblinkt in klantgerichtheid. Lessen voor Nederland? Zou capitation ook in Nederland toepasbaar zijn? Het Nederlandse zorgstelsel heeft wel enige ervaring met betaling van zorgaanbieders via abonnementstarieven: bij de huisarts, bijvoorbeeld, of de adherentie in het ziekenhuisbudget. Ook zou beargumenteerd kunnen worden dat de risicoverevening voor zorgverzekeraars een soort hoofdgeld is: de verzekeraar ontvangt immers een vast bedrag per verzekerde, gecorrigeerd voor het risicoprofiel, waarmee in principe de zorg moet worden ingekocht. Toch zijn dit allemaal geen pure vormen van capitation: de huisarts wordt ook per consult en per verrichting betaald, de adherentie is maar één element in het ziekenhuisbudget en de zorgverzekeraar kan zelf zijn nominale premie vaststellen, zodat de bijdrage uit het vereveningsfonds geen echte uitgavenbeperking vormt. Het zou daarom interessant kunnen zijn om ook in Nederland ruimte te creëren voor echte capitation. Daarbij zijn wel direct verschillen te identificeren met de Spaanse situatie. Nederland kent (behalve in de AWBZ, en daar willen we er juist vanaf) geen inkoopmonopolies, zoals de Spaanse regionale autoriteiten Bij afspraken tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieders zal het dus altijd gaan om hoofdgeld voor de eigen verzekerden. Dat hoeft geen belemmering te zijn, zeker omdat de meeste regio’s in Nederland maar één of twee zorgverzekeraars met een groot marktaandeel kennen. Lastiger is het feit dat er eigenlijk nauwelijks verticaal geïntegreerde aanbieders bestaan, die de zorg voor eerste en tweede lijn combineren. Als we het Alzira model als uitgangspunt nemen, zou een zorgverzekeraar bij voorkeur één organisatie willen betalen voor het gezond houden van zijn verzekerde populatie in een bepaalde regio. Als er alleen afspraken zijn met het ziekenhuis, dan is dat ziekenhuis te veel afhankelijk van het verwijsgedrag van de huisarts – en bestaat het risico dat patiënten tussen eerste en tweede lijn heen en weer worden geschoven. Het is wellicht gemakkelijker om afspraken te maken met een groep geïntegreerde eerstelijnsaanbieders, maar daar moet dan wel het voorschrijf- en verwijsgedrag in worden betrokken. Dat begint dan al weer te lijken op de ontwikkeling naar keten-DBC’s, waarin een zorggroep betaald wordt voor de behandeling van patiënten met een specifieke chronische aandoening. Toch is er een fundamenteel verschil: de keten-DBC’s zijn aandoeningsgericht, terwijl het bij capitation echt gaat om de integrale zorg – waarbij overigens, net als in de risicoverevening, best gecorrigeerd zou kunnen worden voor de samenstelling van de populatie. Het wachten is dus op een zorggroep die aan de verzekeraars aanbiedt om de volledige zorg voor diens bij die zorggroep ingeschreven verzekerden op zich te nemen, voor een bedrag gelijk aan de normkosten in de risicoverevening minus 10%. En die 10% zou bijvoorbeeld kunnen worden terugverdiend door specifieke beloningen te koppelen aan gezondheidsuitkomsten voor die populatie verzekerden. Schep ruimte Iemand zou nu op het idee kunnen komen dat je bij pure capitation helemaal geen zorgverzekeraar meer nodig hebt – die rol wordt immers overgenomen door de zorggroep. Daar zit een kern van waarheid in, al blijft er altijd een inkopende partij vereist die inhoudelijke doelstellingen formuleert, het contract onderhandelt en daar controle op uitoefent. Kern van het Nederlandse stelsel is bovendien dat de keuzevrijheid van de patiënt gegarandeerd is via de keuze voor de verzekeraar. Daarnaast is de schaalgrootte van zorginstellingen niet zodanig dat ze de volledige risico’s voor een verzekerdenpopulatie kunnen overnemen. Het is dan ook logischer om uit te gaan van minder vergaande vormen van capitation, waarbij verzekeraar en aanbieder het risico – en de baten van efficiëntere zorg – onderling delen. Hoe dat soort contracten er precies uit zou moeten zien, valt buiten het bestek van dit artikel. Het leuke van het Nederlandse zorgstelsel – ja, niet alleen in Spanje zijn leuke dingen te ontdekken – is dat zorgverzekeraars en aanbieders zich onderling zouden kunnen onderscheiden door tot dit soort risicodelingsafspraken te komen. Daar moet dan wel ruimte voor zijn. In het kader van de huidige WMG is nu nog is elke afspraak verboden, tenzij deze expliciet door de NZa is toegestaan. Dat zouden we moeten omdraaien: als verzekeraar en aanbieder het eens worden over de betaling (dat zou dus ook een vorm van capitation kunnen zijn) dan dient dat in principe te zijn toegestaan. De voortdurende verfijning van de bekostiging – nu speelt weer de vraag of farmaceutische hulp aan de keten-DBC’s moet worden toegevoegd – kan dan achterwege blijven. En er komt ruimte om te betalen voor waar het echt om gaat: het gezond houden en beter maken van mensen. |
Bezuinigen op zorg: kans of bedreiging
26 mei tot en met 29 mei 2010
Het is weer de tijd voor het jaarlijkse congres in Saint-Paul-de-Vence georganiseerd door Unisys. Ik heb het eerder gezegd en ik blijf het herhalen het heeft iets merkwaardigs, zo’n gezelschap bestuurders uit de wereld van zorgverzekeraars, zorgaanbieders, maatschappelijke organisaties en overheid dat afreist naar Zuid-Frankrijk om daar in een informele sfeer te confereren. Aan de andere kant: iedereen betaalt gewoon voor de eigen deelname en voor de kosten van de vliegreis hoef je het niet te laten – op de Veluwe zouden we waarschijnlijk duurder uit zijn. En, doorslaggevend argument: het is een bewezen succesformule die ook dit jaar weer uitstekend blijkt te werken. Het thema dit jaar, hoe kan het ook anders, is ‘bezuinigen op zorg’ – waarbij meteen moet worden opgemerkt dat de zorguitgaven in elk denkbaar scenario gewoon zullen blijven stijgen, en dat er dus eerder sprake is van uitgavenbeheersing dan van bezuinigen. Dat neemt niet weg dat er de komende jaren keuzes gemaakt zullen worden, en dat die keuzes soms ook pijnlijke consequenties kunnen hebben. Is er dan sprake van een bedreiging, of toch van een kans? Ik heb zelf het idee dat het laatste gevoel overheerst: er ligt een kans voor de gehele zorgsector – aanbieders, professionals, zorgverzekeraars – om met steun van consumenten, patiënten, cliënten duidelijk te maken waar we met elkaar voor staan. En daarover bestaat geen enkel verschil van mening: de focus ligt op kwaliteit. Alleen door de burger (en daarmee de politiek) zichtbaar ‘waar voor zijn geld’ te bieden kunnen we bijdragen aan een verantwoorde en houdbare ontwikkeling van de zorguitgaven. Het leuke van de zorg is dat een focus op kwaliteit leidt tot lagere kosten, doordat mensen langer gezond blijven, na een behandeling minder complicaties hebben en daardoor onnodige en dure vervolgschade wordt voorkomen.(Het omgekeerde geldt trouwens ook: focus op kosten leidt in de zorg vaak tot lagere kwaliteit. Juist daarom is het ven belang om aan de goede kant te beginnen en niet, zoals de politiek vaak geneigd is te doen, de kosten centraal te stellen). Veel aandacht is er voor de rol van de zorgverzekeraars. Niet verwonderlijk: waren zorgverzekeraars niet degenen die moesten zorgen voor doelmatige en klantgerichte zorg? Jazeker, en dat gebeurt ook. Ik denk zelf dat we misschien iets te snel vergeten wat er de afgelopen vijf jaar allemaal tot stand is gebracht: een toch vrij probleemloos verlopen invoering van de zorgverzekeringswet voor 16 miljoen Nederlanders (de grootste stelselwijziging na de Tweede Wereldoorlog), een scherpe concurrentie op premies, een toename van service en klantgerichtheid over de gehele linie, een grote kostenreductie bij zorgverzekeraars zelf (nu nog maar zo’n 4% van de totale premie). En in de zorg zelf: grote prijsdalingen bij genees- en hulpmiddelen, scherpe prijzen ijn het vrije segment bij de ziekenhuizen, een sterke afname van de wachtlijsten, veel meer aandacht voor kwaliteit en klanttevredenheid. Natuurlijk: de komende jaren moet er nog veel meer gebeuren. Zorgverzekeraars realiseren zich dat maar al te goed. We zullen moeten doorpakken in de zorginkoop, met name op het punt van kwaliteit: zorgaanbieders die op dat punt onder de maar presteren, zullen buiten de boot gaan vallen. Maar als zorgverzekeraars moeten doorpakken, zullen ze daartoe ook in staat gesteld moeten worden. De ‘halfweegse hoogtevrees’ (zie plaatje) die een deel van de politiek lijkt te hebben bevangen zal plaats moeten maken voor een duidelijke visie. De overheid zal de komende jaren moeten zorgen voor legitimering (vooral door het afdwingen van inzicht in kwaliteit), voor ruimte (vooral in de bekostiging) en voor verantwoorde financiële prikkels voor zorgverzekeraars en zorgaanbieders. |  |
Op zaterdagochtend, aan het eind van het congres, mag ik samenvatten en conclusies trekken. Zoals gebruikelijk blijft wat er precies besproken is tussen de deelnemers, maar de resulterende actiepunten komen op de werkagenda van ZN terecht. Daar hoort in ieder geval bij dat zorgverzekeraars linksom of rechtsom willen regelen dat de kwaliteitsinformatie die nodig is voor zorginkoop tijdig beschikbaar is. Als het nieuw op te richten kwaliteitsinstituut voor de zorg dat straks gaat doen: prima. Maar we kunnen er niet op wachten, en daarom ligt er al op dit moment een gezamenlijke uitvraag door de zorgverzekeraars van kwaliteitsgegevens op het terrein van de ziekenhuiszorg en de geïntegreerde diabeteszorg. Die inzet op kwaliteit zal uiteindelijk ook moeten leiden tot kostenbeheersing. Dat gaat niet vanzelf, maar zal moeten worden gecombineerd met taakherschikking, specialisatie en concentratie. Bijvoorbeeld doordat ziekenhuizen voor bepaalde aandoeningen,denk aan de bariatrische chirurgie (chirurgie die als doel heeft het gewicht te verminderen) maar ook aan dotteren en de behandeling van borstkanker of prostaatkanker, een minimaal aantal behandelingen zullen moeten doen om de noodzakelijke kwaliteit te kunnen garanderen. Zorgverzekeraars willen dat vraagstuk de komende tijd actief oppakken, samen met patiëntenorganisaties, professionals en zorginstellingen. Daarmee kunnen de partijen uit het zorgveld ook gezamenlijk een gebaar maken naar de overheid en de politiek: we willen zelf verantwoordelijkheid nemen voor betere èn betaalbare zorg, u mag ons daar ook op afrekenen – maar geef ons de komende vier jaar dan wel de ruimte en het vertrouwen om het te doen.
Keuzes in kaart
20 mei 2010
Vandaag een volle dag vergaderen, met de bestuurscommissie Verzekeringen, de bestuurscommissie Zorg, de stuurgroep Controle en Fraudebeheersing en aan het eind van de dag nog een overleg met Leon van Halder van VWS. Er komt een veelheid van thema’s langs, van de aanpak van onverzekerden tot aan de gezamenlijke uitvraag van kwaliteitsgegevens voor de ziekenhuizen en de diabeteszorg. Maar de meeste aantrekt trekt toch de doorrekening van de verkiezingsprogramaa’s van de politieke partijen, ‘Keuzes in Kaart’, die vandaag door het Centraal Planbureau wordt gepresenteerd. Veel was er al bekend, maar de doorrekening levert toch ook een aantal verrassingen op. Bijvoorbeeld over de manier waarop politieke partijen omgaan met de AWBZ. Het CPB presenteert een overzichtelijk staatje waaruit blijkt dat veel partijen ervoor kiezen om aanzienlijke delen van de huidige AWBZ over te hevelen naar het gemeentelijke domein – en dan hebben we het niet alleen over begeleiding en dagbesteding (dat ligt op zichzelf nog voor de hand) maar ook over persoonlijke verzorging en verpleging in de thuissituatie. Daarnaast kiezen de meeste partijen ervoor om de gehandicaptenzorg en de langdurige GGZ onder te brengen bij een landelijk zbo. Alleen de VVD kiest ervoor om uitvoering van de AWBZ grotendeels bij zorgverzekeraars neer te leggen, terwijl het CDA kiest voor een vouchersysteem. Opmerkelijk: veel van deze keuzes zijn niet terug te vinden in de teksten van de verkiezingsprogramma’s zelf – leest u ze er nog maar eens op na. In een telefonisch interview met het Financieele Dagblad spreek ik het vermoeden uit dat die keuzes wellicht niet helemaal losstaan van de wijze waarop het CPB aankijkt tegen uitvoering door zorgverzekeraars. Het CPB is daar vrij openhartig over: ‘Het CPB verwacht geen doelmatigheid van overheveling naar de zvw, behalve voor revalidatiezorg. De reden is dat langdurige zorg niet past binnen het stramien van de zvw. Hierbinnen lijkt het namelijk niet goed mogelijk om enerzijds verzekeraars te compenseren voor meerjarige risico’s en anderzijds prikkels te behouden om het langdurig zorggebruik te beperken.’ Naar mijn mening een foutieve redenering. Bedoeld is: als een zorgverzekeraar uit het vereveningsfonds een bedrag krijgt dat gekoppeld is aan een indicatiestelling (bijvoorbeeld voor een bepaald aantal uren verpleging en verzorging) dan is er geen prikkel om dat aantal uren te beperken – overigens nog steeds wel om met dat gegeven budget zo doelmatig mogelijk zorg in te kopen. Maar dat hangt er maar vanaf hoe de koppeling tussen indicatiestelling en vereveningsbijdrage precies vorm krijgt. In de zvw zit ook veel langdurige zorg (denk aan diabetes of copd). Omdat de zorgverzekeraar pas na het eerste jaar dat kosten zijn gemaakt voor de toekomst compensatie krijgt, en dat op basis van gemiddelde kosten, is er een zeer stevige prikkel om het optreden, en het verder verslechteren, van chronische ziekten te voorkomen. Dat blijkt ook uit de inzet van zorgverzekeraars op deze terreinen. Een ziekte als dementie, waarvan het grootste deel van de zorg momenteel vanuit de AWBZ wordt gefinancierd, is niet principieel afwijkend. De gemiddelde verblijfsduur in verpleeg- en verzorgingshuizen is nog maar zo’n anderhalf jaar – hoe zo langdurende zorg? Er is dus geen enkele reden waarom ouderenzorg niet door zorgverzekeraars zou kunnen worden uitgevoerd, binnen de AWBZ of binnen de zorgverzekeringswet. Het CPB maakt een politieke keuze, die ertoe leidt dat verzekerde rechten verkwanseld worden en vervangen door voorzieningen. Een treurige constatering. Gelukkig is er na de verkiezingen nog alle tijd voor politieke partijen om terug te keren op hun schreden, de CPB-berekeningen te laten voor wat ze zijn en de beloften uit hun eigenlijke verkiezingsprogramma’s alsnog waar te maken.
Verkiezingsdebat LHV
19 mei 2010
Ook vandaag staan de GGZ en de huisartsenzorg centraal in mijn agenda. In de ochtend participeer ik in een bestuurlijk overleg tussen ZN en GGZ-Nederland, waarin we goede afspraken maken over zowel de financiering van onderhanden werk als over het aanleveren en vergelijkbaar maken van kwaliteitsgegevens. Rond lunchtijd ga ik naar Den Haag voor een vergadering van de Raad van Commissarissen van de NHT, de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden. Vervolgens ga ik naar de Parnassia Bavo Groep voor een bijeenkomst met als titel ‘Werken aan Zorg’. Op initiatief van VWS heeft onderzoeksbureau Plexus in kaart gebracht wat de gevolgen zijn geweest van de beleidsveranderingen van de afgelopen jaren, gericht op vraagsturing, kwaliteitstransparantie en prestatiebekostiging. Daarbij zijn ook goede voorbeelden uit verschillende sectoren in beeld gebracht. Opvallend is dat vooral de thuiszorg, ouderenzorg en ziekenhuiszorg goed scoren: een gunstige ontwikkeling van toegankelijkheid, kwaliteit en klanttevredenheid die gepaard gaat met een gematigd kostenontwikkeling. Roep het van de daken. Natuurlijk is er nog veel te verbeteren, maar het is goed om ons te realiseren dat de Nederlandse gezondheidszorg het op veel terreinen prima doet. Aan het eind van de dag staat er in café Rootz in Den Haag nog het verkiezingsdebat van de LHV op het programma. Bart Combée, algemeen directeur van de Consumentenbond, geeft een korte aftrap. Vervolgens leidt journalist en programmamaker Job Boot het debat tussen de (beoogde) zorgwoordvoerders van maar liefst acht politieke partijen. Er heerst een echte kroegsfeer: gezellig, rumoerig en een beetje chaotisch. De zaal doet actief mee in de discussie en ook ik mag mijn bijdrage leveren. Medisch Contact kopt de volgende dag dat naar mijn zeggen de ketenzorg “half mislukt” zou zijn. Dat klopt, maar vraagt wel om enige uitleg. Ik heb aangegeven dat de manier waarop de keten-DBC’s zijn ingevoerd, met een door de overheid opgelegde bekostiging, inderdaad leidt tot bureaucratie en nieuwe hokjes. Wat zorgverzekeraars willen, is betalen voor kwaliteit, ook in de keten; de manier waarop dat gebeurt zou zo veel mogelijk vrij moeten worden gelaten. In de visieontwikkeling op de integrale zorg in eigen omgeving lijkt dat inzicht inmiddels ook terrein te winnen. Tijdens het debat presenteert LHV-voorzitter Steven van Eijck de LHV-wachtkamerposter. Deze poster, die eind mei wordt verspreid onder alle huisartspraktijken in Nederland, zou patiënten duidelijkheid moeten geven over de inzet van de politieke partijen op het gebied van de (eerstelijns) gezondheidszorg. Ik vraag me eerlijk gezegd af of dat ook zo is: de hele poster staat vol met groene vinkjes en maar op een enkele plek nemen politieke partijen een afwijkend standpunt in. En de vraag dringt zich op wat partijen ervan zouden vinden als zorgverzekeraars een dergelijke “stemwijzer” zouden meesturen met de polisvoorwaarden… Dat zullen we uiteraard niet doen. Wel organiseert ZN, samen met de CG-Raad en de NPCF, op 1 juni een Nationale Zorgverkiezingsdebat met als titel Zeker over Zorg. Kandidaat-Kamerleden debatteren over de betaalbaarheid van de zorg, over vraagsturing en over de toekomst van de AWBZ.
Integrale zorg in eigen omgeving
18 mei 2010
Deze dinsdag begint met het wekelijkse Grand Café, waarin we met alle beleidsadviseurs van ZN stilstaan bij de actualiteiten. Aansluitend is er een overleg van het ZN Beleidsteam waar we onder meer brainstormen over de rol van zorgverzekeraars – en van ZN – bij preventie. Een onderwerp dat volop in de belangstelling staat: zie ook mijn blog van deze week op Skipr. Later op de dag staan er bij VWS twee bijeenkomsten gepland die goed op deze thematiek aansluiten. Beide vormen onderdeel van de visievorming op de geïntegreerde eerstelijnszorg – die uiteraard ook weer goed moet aansluiten op de zorg in het gemeentelijke domein en op de gespecialiseerde zorg in de tweede en derde lijn. De eerste discussiebijeenkomst, onder leiding van Arnold Moerkamp, gaat over de basis GGZ-zorg. De tweede bijeenkomst, ’s avonds onder leiding van Leon van Halder, gaat over de huisartsenzorg als onderdeel van de integrale zorg in eigen omgeving. In beide discussies valt me op dat er verrassend veel overeenstemming is onder de deelnemers over de vraag in welke richting het beleid zich de komende jaren zou moeten ontwikkelen.
Terug van vakantie
17 mei 2010
Na een heerlijke week vakantie op de Eolische eilanden bij Sicilië heb ik deze week weer een volle agenda. Maandag begin ik met een reeks interne overleggen en heb ik ’s middags een kennismakingsgesprek met Margot van der Starre, de nieuwe directeur van de NVZ. We hebben meteen ook inhoudelijk wat te bespreken: er is wat rumoer ontstaan over de uitvraag van kwaliteitsdata door de gezamenlijke zorgverzekeraars. Wat mij verbaast, want die uitvraag was allang aangekondigd in de stuurgroep van het programma Zichtbare Zorg en komt grotendeels in de plaats van de gegevensuitvraag die zorgverzekeraars ieder voor zich al deden. We spreken af om de komende tijd zorgvuldig in kaart te brengen welke problemen er spelen. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
SKGZ
3 mei 2010
Na het wekelijkse directieoverleg bij ZN volgt vandaag een bestuurlijk overleg met de SKGZ, de onafhankelijke Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen die tot doel heeft om problemen tussen verzekeringsconsumenten en zorgverzekeraars/ziektekostenverzekeraars op te lossen. Dat gebeurt door de bemiddelingsactiviteiten van de Ombudsman, mevrouw Schmitz en, als dat geen uitkomst biedt, door een bindende uitspraak van de Geschillencommissie. De heer Houben, voorzitter van het bestuur van de SKGZ, overhandigt ZN-voorzitter Hans Wiegel het Jaarverslag 2009. Dat bevat uiteraard een overzicht van de activiteiten van de SKGZ, waaronder een beperkte toename van het aantal klachten (met 5%) en geschillen (15%). De absolute aantallen, met 1600 klachten en nog geen 500 geschillen, zijn op een aantal van 16 miljoen verzekerden overigens erg klein. Met name de gevolgen van de nieuwe wanbetalersregeling, met premie-inning van rechtswege na aanmelding door de zorgverzekeraar, zijn erg meegevallen: de SKGZ, had zich, overigens in goede samenwerking met ZN en het ministerie van VWS, voorbereid op veel grotere aantallen klachten en geschillen. De Ombudsman geeft in haar verslag dan ook aan dat in het algemeen gesteld mag worden dat de relatie tussen verzekeraars en verzekerden veelal positief wordt beoordeeld. Niettemin zijn er altijd mogelijke verbeterpunten, waarbij met name de menselijke maat van belang blijft. Die kan bijvoorbeeld tot uiting komen in coulance bij schrijnende gevallen, en een klein gebaar in de vorm van een tegemoetkoming voor gemaakte (telefoon en porto-)kosten wanneer de verzekeraar een fout heeft gemaakt. Goed om daar nog eens aandacht voor te vragen. In de middag vergadert het ZN-bestuur. Daarin wordt het Financieel Verslag 2009 vastgesteld en staan we stil bij het verkiezingsdebat, dat ZN samen met NPCF en CG-Raad op 7 juni organiseert. Verder gaat het onder meer over de farmacie (Commissie Alders), de solvabiliteitseisen voor zorgverzekeraars (Solvency II), het project AWBZ 2012 en de door Minister Klink aangekondigde maatregelen met betrekking tot de budgettering van medisch specialisten. In de vergadering van de Raad van Advies, aan het begin van de avond, bespreken we onder meer het systeem van pakketbeheer en de opstelling van zorgverzekeraars in de aanloop naar de verkiezingen, met name ten aanzien van de verdere ontwikkeling van het zorgstelsel.
Werkconferentie Uitvoering AWBZ 2012
28 april 2010
Vandaag staat in het teken van een invitational conference, georganiseerd door ZN, over “uitvoering AWBZ, de praktijk van 2012”. Zoals bekend willen zorgverzekeraars per 2012 de AWBZ voor eigen verzekerden uitvoeren. Door de val van het kabinet ging het besluit van staatssecretaris Jet Bussemaker, die uiterlijk op 1 april hierover de knoop zou doorhakken, niet door. De beslissing is uitgesteld tot het najaar en de uitkomst is afhankelijk van de verkiezingsuitslag en het toekomstig kabinet. Minister Klink heeft wel aan de Tweede Kamer laten weten de komende tijd te willen doorwerken aan het mogelijk maken van die toekomstige uitvoering, uiteraard zonder daarbij onomkeerbare stappen te zetten. Wat dat betreft komt de conferentie op een spannend moment: een aantal partijen uit de Tweede Kamer heeft zojuist laten weten zich te verzetten tegen een “sluipende overheveling van de AWBZ” en wil na het meireces de Minister per motie dwingen om alle voorbereidingen te staken. Dat is opmerkelijk, want het lijkt erop dat de Tweede Kamer daarmee voor de ambtenaren een verbod op nadenken afkondigt. En dat terwijl er al sinds 2003 een motie Vietsch ligt die aandringt op het afschaffen van de zorgkantoren en ook de lijn van het SER-advies uit 2008 – waarin eveneens werd aangedrongen op uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars per 2012 – breed werd gedeeld. De huidige concessie en het mandaat van de zorgkantoren loopt tot 1 januari 2012: niets doen is dus geen optie. Gelukkig gaat de Tweede Kamer niet over de agenda van ZN, gemeenten, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders. Deze en andere vertegenwoordigers uit de wereld van de langdurige zorg zijn allemaal aanwezig in Driebergen voor een interactieve werkconferentie op Landgoed De Horst. Ik mag openen met een toelichting op de stand van zaken – zie hierboven – en een toelichting op het programma, en vervolgens gaan we telkens in drie groepen uiteen voor een drietal workshops. Ikzelf begin met één van de drie “inspirerende verhalen”, in dit geval van Lidy Hartemink (UVIT) over mantelzorg en de mantelzorgpas, een samenwerkingsverband van UVIT en de gemeente Tilburg. Met zo’n pas kan de mantelzorger erop rekenen dar de zorg gewoon doorgaat op het moment dat de mantelzorger door omstandigheden zelf niet in staat is om die zorg te verlenen. Dit soort “kleine” zaken blijken een heel belangrijke rol te spelen in de beslissing van mantelzorgers om de zorg voor een naaste al dan niet op zich te nemen. Naast de inspirerende verhalen is er een simulatiespel over de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars in 2012, en een scenarioanalyse waarin de achtereenvolgende groepen relevante trends signaleren die de toekomst van de langdurige zorg bepalen en op basis van die trends een aantal scenario’s voor 2016 selecteren en nader invullen. De fundamentele onzekerheden daarbij zitten hem vooral in de gekozen uitvoeringsmodellen (zorgverzekeraars, gemeenten of anderszins), de mate waarin de politiek keuzes durft te maken en de afweging tussen solidariteit en betaalbaarheid. We sluiten af met een presentatie van Leon de Caluwe, hoogleraar Advieskunde aan de Vrije Universiteit en vooral bekend vanwege zijn zogenoemde kleurenmodel voor veranderen. Het model beschrijft in vijf kleuren waarom en hoe mensen veranderen en biedt van daaruit een boeiende en humoristische reflectie op de vernieuwing van de AWBZ. Voor de insiders: het publiek vandaag lijkt vooral te bestaan uit blauwdrukdenkers (planmatig, rationeel) en geeldrukdenkers (belangen centraal, onderhandelen). Maar gelukkig is het prachtig weer, dus we vinden elkaar op de borrel, buiten op het terras. Tussendoor ga ik vandaag nog even terug naar ZN voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Vektis. We keuren de jaarrekening en een statutenwijziging goed, en vervolgens bedank ik, namens de aandeelhouders, Dan Huesman, die na tien jaar afscheid neemt als voorzitter van de Raad van Commissarissen van Vektis. Mede dankzij zijn inspanningen kan Vektis de toekomst met veel vertrouwen tegemoet zien.
Volmachten
26 april 2010
Na het directieoverleg van ZN lunch ik vandaag bij het maandelijkse “Broodje Kennis”. Deze keer met een externe spreker: Hein Tournoy, directeur Zorg van IAK Verzekeringen, vertelt ons het een en ander over de wereld van de volmachten. In de zorgverzekering een relatief onbekend fenomeen: ongeveer 5% van de verzekerden is bij een volmacht verzekerd. Bij andere verzekeringen is dat veel meer. Kenmerk van een volmacht is dat niet alleen de verkoop- en adviesfunctie (zoals bij een assurantietussenpersoon), maar ook een groot deel van de uitvoering, door de verzekeraar is uitbesteed aan een derde partij, de volmachthouder. De verzekeraars behoudt het financiële risico, maar geeft als het ware zijn pen en zijn portemonnee uit handen. In de zorgverzekering zijn er nog maar vier verzekeraars die via volmachten werken, en ook het aantal volmachthouders is beperkt. Toch is het van groot belang dat die volmachthouders en ZN elkaar goed weten te vinden, omdat er op het niveau van de bracheorganisatie nu eenmaal veel afspraken tot stand komen die gevolgen hebben voor de uitvoering van de verzekering – denk bijvoorbeeld aan de nieuwe wanbetalersregeling, of aan de rol die zorgverzekeraars spelen in de nieuwe Wet Tegemoetkoming Chronisch Zieken en Gehandicapten (WTCG). Juist daarom is het essentieel dat ZN-medewerkers op de hoogte zijn van het bestaan en de specifieke omstandigheden van de volmachtmaatschappijen. Wat dat betreft voorziet dit Broodje Kennis in een behoefte: de zaal zit bomvol en er ontstaat een geanimeerde discussie.
Vektis en Actiz
21 april 2010
Vanochtend ga ik eerst naar Lunteren waar het managementteam van Vektis bijeen is voor een strategiebijeenkomst. Herman Bennema, de nieuwe directeur van Vektis, heeft mij gevraagd om iets te vertellen over het strategietraject bij ZN en de meerjarenvisie die daaruit is voortgekomen. Die meerjarenvisie kent zes beleidslijnen die de strategische prioriteiten voor de zorgverzekeringsbranche weerspiegelen. Ten eerste, de bestendiging en uitbouw van een solidair en marktgericht verzekeringsstelsel (zorgverzekeringswet èn AWBZ). Ten tweede, gezamenlijke inzet op kwaliteit en innovatie. Ten derde, vergroting van de ruimte voor zorginkoop. Ten vierde, versterking gezamenlijke uitvoering en standaardisatie van administratieve processen, gericht op het terugdringen van administratieve lasten. Ten vijfde: de reductie financiële onzekerheden voor zorgverzekeraars en verbetering van de risicoverevening. En ten slotte: de verdere versterking van de reputatie van de zorgverzekeringsbranche. Het wordt een boeiende ochtend, waarin we concluderen dat er voor Vektis, als centrum voor informatie en standaardisatie voor zorgverzekeraars, de komende tijd een belangrijke rol is weggelegd. Met name op het terrein van (het benchmarken van) kwaliteitsgegevens, de standaardisatie van administratieve processen zoals controles, maar ook bij het onderzoek ten behoeve van verdere verbetering van de (informatievoorziening ten behoeve van) de risicoverevening.kan Vektis de komende tijd – in samenwerking met ZN, Vecozo en andere samenwerkingsverbanden van zorgverzekeraars – een grote toegevoegde waarde leveren. In de middag is er een bestuurlijk overleg met Actiz, de organisatie van zorgondernemers in de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT). Onder voorzitterschap van Hans Wiegel overleggen bestuursleden van beide organisaties over de gezamenlijke beleidsprioriteiten voor de komende kabinetsperiode. Aan het eind van het overleg krijgen we de nieuwe algemene leveringsvoorwaarden uitgereikt, die in SER-verband op initiatief van onder meer Actiz en Consumentenbond zijn opgesteld. De VVT is daarmee de eerste zorgbranche waarin tweezijdige algemene leveringsvoorwaarden gelden, die beide partijen, zorgaanbieder en cliënt, helder maken wat ze mogen verwachten. Zorgverzekeraars zijn enthousiast over dit initiatief en de zorgkantoren hebben dan ook hetonderschrijven van de leveringsvoorwaarden als voorwaarde voor zorginkoop gesteld.
Generaties en generalisaties
19 april 2010
De maandag start met alweer een interview, dit keer telefonisch vanuit de auto, nu ten behoeve van FarmaMagazine. Na het wekelijkse directieoverleg volgt nog een telefonisch interview met Ingrid Grutters van Skipr. Ik mag uitleggen wat mij, als nummer 73 van de Skipr Top 100, zoal bezig houdt. Lees het binnenkort op de Skipr website… In de middag ga ik samen met Theo Hoppenbrouwers, directeur Verzekeringen bij ZN , naar Baarn. Twijnstra Gudde organiseert daar de derde en laatste bijeenkomst in de serie Vermogen tot Verbinden. Dit keer staat daarbij het generatieperspectief centraal, en het verzoek was dan ook om daar met een collega naar toe te komen van een andere generatie (15 jaar ouder of jonger). Theo is inderdaad 15 jaar ouder dan ik en net gisteren opa geworden van zijn eerste kleindochter, Lola. Deze middag praten we, na een boeiende introductie over Babyboomers, Generatie X, Y en Einstein, over de generatieverschillen binnen organisaties. Oudere generaties zouden vooral een focus hebben op macht en status en jongere generaties op zelfontplooiing en de volgende stap. Ik moet zeggen dat ik die stelling niet bij voorbaat onderschrijf: in veel opzichten hebben de Babyboomers juist veel overeenkomsten met de jongeren (generatie Y). Als lid van de tussenliggende generatie (X), opgegroeid in een tijd van economische crisis, koude oorlog en bezuinigingen op de studiefinanciering vind ik natuurlijk dat mijn voorgangers èn opvolgers vooral meewind hebben ondervonden en dat alleen mijn generatie echt weet wat werken is… Wat maar weer aangeeft dat het debat over generaties al gauw een debat van generalisaties dreigt te worden. Uiteindelijk gaat het er toch om mensen, ongeacht hun leeftijd, aan te spreken op wat ze kunnen en wat ze motiveert, en daar binnen een organisatie verbindingen tussen te leggen.
Interviews met onderzoekers
15 april 2010
Na een zonnige vrije dag breng ik vanochtend eerst mijn zoon Luuk naar school. Vervolgens ga ik naar Zeist waar Chiel Peters van het bureau Significant mij opwacht om een film te maken voor de onderzoeksgroep Zorg en Welzijn. Deze onderzoeksgroep gaat binnenkort van verschillende partijen binnen de zorg de standpunten bespreken. Mij wordt gevraagd iets te vertellen over het standpunt van ZN over marktwerking in de zorg. Ook de val van het kabinet en de invloed hiervan op het functioneren van ZN worden besproken en gefilmd. In de middag word ik – nu zonder filmcamera – geïnterviewd door Cocky Hilhorst en Anneke Viskuil van onderzoeksbureau PWC. Zij doen in opdracht van het ministerie van VWS internationaal vergelijkend onderzoek naar de kwaliteit van het Nederlandse risicovereveningssysteem. Dat systeem is één van de kroonjuwelen van de Zorgverzekeringswet en zorgt er voor dat zorgverzekeraars in een zoveel mogelijk gelijk speelveld invulling kunnen geven aan hun wettelijke acceptatieplicht. Belangrijk dus om te kijken of en hoe dat systeem de komende tijd verder verbeterd kan worden.
Bestuursvergadering ZN
12 april 2010
In de maandelijkse bestuursvergadering van ZN bespreken we een veelheid van onderwerpen. We evalueren de lobby van ZN in de richting van de verkiezingen en staan stil bij de stand van zaken ten aanzien van (deels) controversieel verklaarde onderwerpen zoals de toekomst van de AWBZ, DOT en kapitaallasten.Verder spreken we over het project kwaliteit & transparantie. Komende woensdag spreekt de Kamer over de plannen van Minister Klink om de verantwoordelijkheid voor het beschikbaar komen van kwaliteitsinformatie over zorg onder te brengen bij een private partij, waarin het bestaande project “zichtbare Zorg” op moet gaan. ZN is van mening dat het borgen van kwaliteitstransparantie in de zorg een publieke taak is, die bovendien belangrijke raakvlakken heeft met de taken van bestaande organisaties zoals het CVZ (pakketbeheer), de regieraad voor de kwaliteit (richtlijnontwikkeling), DBC-onderhoud (productontwikkeling) en de NZa (prestatiebeschrijving). ZN pleit daarom voor de totstandkoming voor één krachtig nationaal instituut onder publieke verantwoordelijkheid – vergelijkbaar met het Engelse NICE – dat die verschillende taken bundelt. Vooruitlopend daarop is het niet logisch om Zichtbare Zorg in weer een nieuwe, private organisatie onder te brengen. Gelukkig lijkt ook de Tweede Kamer dat standpunt te onderschrijven.
NMa en zorg
9 april 2010
Vandaag begin ik in Den Haag met een vergadering van de stuurgroep UAZ, die de technische voorbereiding van de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars voortzet. Vervolgens ga ik naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) waar ik een gesprek heb met Henk Don, die sinds een half jaar deel uitmaakt van de raad van bestuur. Ik ken hem nog uit zijn tijd als directeur bij het Centraal Planbureau, toe ik zelf vanuit het ministerie van Financiën en later vanuit de macro-economische directie bij VWS regelmatig contact had met het CPB. We spreken nu over de ontwikkelingen in de zorg en de visie van de NMa op het mededingingstoezicht voor die sector.
Interviews
6 april 2010
Na vier dagen paasvakantie begin ik vandaag met de wekelijkse terugkoppeling in het Grand Café, gevolgd een vergadering van het ZN beleidsteam. Vervolgens heb ik twee gesprekken met journalisten. Net het oog op de naderende verkiezingen en kabinetsformatie neemt het aantal mediacontacten de laatste tijd fors toe. Soms zijn dat achtergrondgesprekken, soms interviews, zoals recentelijk met Trouw. Centraal in die gesprekken staan meestal twee thema’s. Ten eerste, hoe gaat het verder met het stelsel van vraaggerichte zorg, dat met de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 een forse impuls heeft gekregen? En ten tweede, wat moet er gebeuren met de AWBZ? Met al overkoepelend vraagstuk in beide gevallen: hoe houden we de zorg betaalbaar? Het eerste thema wordt meestal versimpeld tot de vraag: doorgaan met marktwerking of niet? Wat mij daarin stoort is de impliciete aanname dat de gezondheidszorg in Nederland eigendom is van de Staat en dat we nu bezig zijn die te privatiseren. Het omgekeerde is waar: de gezondheidszorg in Nederland is vanouds privaat georganiseerd, door een samenstel van initiatieven vanuit het maatschappelijk middenveld, professionals en ledenorganisaties zoals verreweg de meeste zorgverzekeraars zijn. De overheid heeft in de vorige eeuw, met name in de jaren ’60 en ’70, krampachtig geprobeerd grip te krijgen op dat maatschappelijk ondernemerschap – tot men, zo eind jaren ’80, tot het inzicht is gekomen dat de weg van aanbodsturing door de overheid een doodlopende is. Aanbodsturing is een synoniem voor wachtlijsten, voor gedwongen keuze en voor verschraling van de zorg. De discussie over de AWBZ ligt genuanceerder, want die is wel degelijk door de overheid gecreëerd, als volksverzekering voor onverzekerbare, langdurige zorg. Het probleem is dat de afgelopen jaren zoveel zaken aan de AWBZ zijn toegevoegd die daar helemaal niet in thuis horen, zodat die volksverzekering wel heel ver van zijn oorspronkelijke doelstelling is komen af te staan. Bovendien is de samenhang tussen de langdurige zorg in de zorgverzekering en de AWBZ steeds verder toegenomen: in veel gevallen, met name in de ouderenzorg, gaat het om dezelfde groep chronisch zieke patiënten. Om de zorg voor die mensen goed, klantgericht en uiteindelijk ook doelmatig te kunnen organiseren is het van belang om de uitvoering van zorgverzekering en AWBZ in één hand te brengen. Dat kan overigens met behoud van de huidige volksverzekering: vandaar dat zorgverzekeraars de ambitie hebben uitgesproken om vanaf 2012 de AWBZ voor eigen verzekerden uit te voeren. En de betaalbaarheid? Uiteindelijk is dat een politieke keuze: wat voor eisen stellen we in Nederland aan een voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg van goede kwaliteit en hoeveel hebben we daar met z’n allen voorover? Ik constateer in ieder geval dat de voorstellen van de heroverwegingscommissie om het eigen risico op 775 euro te zetten (met daarnaast 5 euro voor ieder huisartsbezoek) bij politieke partijen en maatschappelijke organisaties geen enkel draagvlak heeft. En wellicht moeten we afstappen van onze kostenfixatie op de gezondheidszorg en er meer vanuit maatschappelijke meerwaarde naar kijken. Dat betekent dat de zorgsector klantgericht moet werken en zich moet richten op kwaliteit en duurzame gezondheidswinst; dat verwacht mag worden dat dat zo efficiënt mogelijk gebeurd; maar niet dat het persé goedkoper zou moeten worden. Lees er meer over, deze week in Forum, straks onder andere in Zorgmarkt en ZNetwerk.
Heroverwegingen
1 april 2010
Geen grap: vandaag verschijnen de langverwachte “heroverwegingsrapporten”. Twintig ambtelijke werkgroepen hebben de opdracht gekregen om 20% te besparen op de collectieve uitgaven op een twintigtal beleidsterreinen. Voor ZN zijn uiteraard vooral de werkgroepen langdurige zorg en curatieve zorg van belang. Als even na de lunch de rapporten bekend zijn mag ik samen met Jan Coolen van de NPCF en Wim Groot van de Universiteit Maastricht een reactie geven in het radio 1 programma De Praktijk. Jan en ik zijn beiden van mening dat de rekening nogal eenzijdig bij de patiënt/cliënt wordt neergelegd, terwijl er nog veel ruimte is voor verbetering van doelmatigheid in de zorg. Zo boekt de commissie curatieve zorg slechts 100 miljoen euro (op een totaal van 6½ miljard) in voor verbetering van kwaliteit en transparantie, terwijl juist daar een enorme impuls voor grotere doelmatigheid in de zorg vanuit kan gaan. Als zorgverzekeraars en patiënten kunnen kiezen voor aantoonbaar goede zorg, dan zal dat enerzijds leiden tot gezondheidswinst en daarmee tot lagere zorgkosten later, en anderzijds ook weer anderen aanzetten tot verbetering van kwaliteit. Slechte zorg is altijd te duur. In mijn reactie, en wat uitgebreider in het persbericht van ZN dat ‘s middags uitgaat, ga ik ook in op de gepresenteerde sturingvarianten. Zorgverzekeraars zien in het rapport van de commissie curatieve zorg een bevestiging van de noodzaak om door te gaan op de ingeslagen weg naar een vraaggericht zorgstelsel. In het huidige stelsel staat de keuze van de burger voorop. Variant B van de commissie bouwt voort op deze uitgangspunten, waarbij kwaliteit en doelmatigheidswinst richtinggevend zijn. Deze variant levert een grotere structurele besparing op dan de alternatieve variant, waarbij de overheid de zorg inkoopt. Deze variant A is in de ogen van de zorgverzekeraars een stap terug in tijd en leidt tot wachtlijsten, minder keuzevrijheid en algehele verschraling van de zorg. Bovendien zal zo’n hernieuwde stelseldiscussie hoge transitiekosten met zich meebrengen en de aandacht afleiden van de echte verbeteringen in de zorg. De commissie langdurige zorg kiest ervoor om de rol van zorgverzekeraars in drie van de vier sturingsvarianten te beperken en deze neer te leggen bij de overheid. Dat is niet in het belang van de burger: in de vormgeving van de langdurige zorg hoort bescherming van kwetsbare groepen in de samenleving centraal te staan. In de eerste drie varianten echter betekent stringentere overheidsregulering een forse beperking van de verzekerde rechten van burgers. Zorgverzekeraars zien juist mogelijkheden om op termijn in de ouderenzorg en de langdurige zorg hun rol op te pakken en streven daarbij als eerste stap naar uitvoering van de AWBZ voor eigen verzekerden per 2012. Variant 4 (Zorg verzekerd) sluit hierbij het beste aan.
Aan het eind van de middag moet ik nog tweemaal afscheid nemen. Eerst van Joke de Kruiff, die na 37 jaar ZN gaat verlaten. Joke was als medewerker bij de afdeling Algemene Zaken de drijvende kracht achter veel door ZN georganiseerde bijeenkomsten en evenementen. Bij het afscheid staat haar favoriete vakantieland Spanje centraal. Vervolgens haast ik me naar Pulchri in Den Haag voor het afscheid van Jet Bussemaker. Eigenlijk had zij vandaag als staatssecretaris van VWS het besluit moeten nemen over de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars per 2012. In plaats daarvan wordt zij warm toegesproken en bedankt door verschillende sprekers, van Ab Klink tot Erica Terpstra. Ik bedank haar namens ZN voor de goede samenwerking – die voor mijzelf overigens al begon toen ik zelf nog op het ministerie werkte. En nu maar afwachten wie straks het besluit over de uitvoering van de AWBZ zal nemen.
Bestuurscommissie Zorg en Verzekering & Uitvoering
25 maart 2010
Vanochtend feliciteer ik allereerst mijn secretaresse, Marlies van de Flier. Nee zij is niet jarig, maar wel één van de vier overblijvende finalisten bij de Personal Assistant of Management Assistant (PaMa)verkiezing georganiseerd door Olympia Uitzendbureau en DOOR Training & Coaching. Uit 10.000 deelnemers is zij uiteindelijk in verschillende rondes doorgedrongen tot de finale en geëindigd bij de beste vier. En dan staan we deze week ook nog eens samen in Zorgvisie. Marlies, van harte gefeliciteerd en bedankt voor alle onontbeerlijke steun èn de plezierige samenwerking! Verder is mijn agenda van vandaag gevuld met zowel een overleg van de Bestuurscommissie Zorg als van de Bestuurscommissie Verzekeringen & Uitvoering. Beide agenda’s laten zien dat de val van het kabinet bepalend is voor de koers binnen ZN. AWBZ 2012, DOT, prestatiebekostiging, GGZ zijn onderwerpen die tijdens beide overleggen terugkomen.
Duurzame ouderenzorg
23 maart 2010
Vandaag begin ik met een personeelsbijeenkomst bij ZN waar Therese de Bijl iedereen bijpraat over de stand van zaken rondom het project 2.0 binnen ZN. De komende maanden moet er binnen ZN hard gewerkt worden aan een ingrijpende vernieuwing van alle ZN-websites met daaraan gekoppeld een andere werkwijze op het terrein van het interne documentbeheer, relatiebeheer en informatievoorziening. Aansluitend bespreken we in het wekelijkse beleidsteam de actualiteiten en de voortgang op een aantal beleidsdossiers, waarbij we specifiek ingaan op de concrete voorbereidingen bij zorgverzekeraars die nodig zijn in het kader van het project AWBZ 2012. In de middag ga ik naar Den Haag waar in Sociëteit De Witte een mini-symposium bijwoon over Duurzame Ouderenzorg. Dit symposium wordt georganiseerd ter gelegenheid van het afscheid van Bram Troost van Espria en Woonzorg Nederland. Er komen twee werelden samen: die van de zorg, waar “duurzaamheid” vaak wordt uitgelegd in termen van kwaliteitsborging èn financiële houdbaarheid; en die van het bouwen, waar duurzaamheid wordt vertaald in het zuinig omspringen met schaarse natuurlijke hulpbronnen. Boeiend.
Slotberaad CIZ
19 maart 2010
Na een kort bezoek aan mijn kantoor bij ZN ga ik 1 km verderop naar Slot Zeist voor het Slotberaad over indicatiestelling, dat is georganiseerd door het CIZ. Met een twintigtal bestuurders uit de werelden van zorg, sociale zekerheid en gemeenten bespreken we de uitdaging om te komen tot een veel meer klantgerichte, integrale indicatiestelling die rekening houdt met de overlap tussen de verschillende domeinen. Het belang daarvan wordt door niemand betwist, vraag is wel wat werkbare oplossingen zijn. Eén loket voor alle indicatiestellingen lijkt een brug te ver en is ook voor 80% van de cliënten niet nodig. Waar het om gaat is om voor die cliënten met meervoudige problematiek en/of een complexe hulpvraag de verantwoordelijkheid voor afstemming bij de indicatiestelling en de toewijzing van hulp helderder te beleggen. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door uit te gaan van een trapsgewijs systeem, waarbij een hulpvrager met maximaal twee instanties te maken krijgt: de instantie waarbij men met een hulpvraag binnenkomt (bijvoorbeeld de huisarts of de schulphulpverlening) en de instantie die de coördinatie van de hulpverlening op zich neemt (bijvoorbeeld de gemeente, of zorgverzekeraar). Zo'n systeem vraagt wel om wederzijdse mandatering bij de indicatiestelling en de bereidheid om voor cliënten met complexere problematiek de financiering 'aan de achterkant' te regelen. Het zou mooi zijn als daar de komende kabinetsperiode concrete stappen in gezet zouden kunnen worden.
Zorgverzekeraars en de AWBZ
15 maart 2010
Vandaag vindt eerst de reguliere bestuursvergadering van ZN plaats, gevolgd door een extra overleg over de AWBZ. Daarbij gaat het om de vraag welke positie zorgverzekeraars de komende tijd zullen innemen als het gaat om de discussie over de toekomst van de AWBZ. Uitgangspunt blijft uitvoering voor eigen verzekerden per 2012: hoewel het besluit daarover (voorzien vóór 1 april) na de val van het kabinet “controversieel” is verklaard, gaan de voorbereidingen om een positief besluit mogelijk te maken de komende tijd gewoon door.. Dat geldt voor ZN, maar gelukkig ook voor de overheid: inmiddels heeft Minister Klink een brief gestuurd waarin deze lijn wordt bevestigd. Voor de langere termijn willen zorgverzekeraars het debat vooral blijven voeren vanuit de inhoudelijke meerwaarde die zorginkoop en dienstverlening vanuit verzekeraars kunnen bieden in de verschillende mogelijke keuzes ten aanzien van de toekomstige vormgeving van het stelsel van langdurige. Het is daarbij van belang om goed onderscheid te maken naar de behoeftes en specifieke omstandigheden van verschillende klantgroepen in de huidige AWBZ. Lees ook het nieuwsbericht over dit onderwerp>>
Besturen tussen Orde en Chaos
11 maart 2010
Tussen alle toekomstvisies, verkenning en inhoudelijke zoektochten ga ik vandaag naar een bijeenkomst van een hele andere orde. Twijnstra Gudde organiseert in het kader van het 45-jarig bestaan een drietal ontmoetingen met als thema: “Vermogen tot Verbinden”. Deze tweede bijeenkomst heeft als titel “Duurzaam besturen tussen orde en chaos” – iets dat de meeste zorgbestuurders wel toevertrouwd is. Maar de inspiratie komt vandaag uit lezingen vanuit hele andere werelden: die van de wetenschap, het geloof en de kunst. Met een zeer gevarieerd gezelschap gaan we onderling in discussie, onder meer aan de hand van zelf ingebrachte citaten, foto’s of kunstwerken. In mijn geval was dat de “tuin der lusten” van Jeroen Bosch. Klinkt vaag? Dat was het ook. Maar uit chaos en wanorde worden soms hele mooie dingen gecreëerd, of eigenlijk: gescheiden. Om over na te denken.
Herbezinning en toekomstverkenning
9 maart 2010
Het is de tijd van de toekomstverkenningen in de zorg. In de ochtend ben ik op uitnodiging van ActiZ als coreferent aanwezig bij de presentatie van de eerste resultaten van een fundamentele herbezinning op de AWBZ. In opdracht van ActiZ heeft een commissie externe deskundigen onder leiding van Jeroen van Roon gekeken aar de mogelijkheden om de langdurige zorg klantgerichter, beter en uiteindelijk ook efficiënter te organiseren. Een gedurfde aanpak, met gedurfde aanbevelingen – waar u nog even op zal moeten wachten. Het leidt in ieder geval vandaag al tot een boeiend debat. Na een tussenstop in Zeist ga ik in de middag weer naar Utrecht, voor de derde bijeenkomst van het project Diagnose 2025. Op het hoofdkantoor van de Rabobank kom ik samen met een breed gezelschap bestuurders, beleidsmakers en toekomstdenkers om demogelijke scenario’s voor de Nederlandse gezondheidszorg tot en met 2025 te bespreken. We kijken naar de invloed van verschillende economische groeipaden en mogelijke politiek-bestuurlijke constellaties ten aanzien van solidariteit en marktwerking in de zorg. Ook hier geldt dat de definitieve resultaten pas later (in juni) zullen worden gepresenteerd, maar één ding kan ik wel verklappen: het scenario dat bij mij en de meeste andere aanwezigen de grootste somberheid oproept is in dat van halfslachtig voortmodderen.
Stilte na de storm
4 maart 2010
Op de ochtend na de gemeenteraadsverkiezingen begin ik met een periodiek overleg met DG Curatieve Zorg Leon van Halder. We bespreken een aantal lopende dossiers en bekijken hoe die beïnvloed worden door de val van het kabinet. Vandaag stelt de Vaste Kamercommissie voor VWS de voorlopige lijst met controversiële onderwerpen vast. Voor de zorgverzekeraars zijn bij de curatieve zorg vooral de prestatiebekostiging voor de ziekenhuizen en de GGZ van belang. In de AWBZ speelt uiteraard de uitvoering door zorgverzekeraars per 2012, waar vóór 1 april een besluit over zou moeten vallen. Na mijn gesprek bij VWS ga ik dan ook nog even langs bij de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, om te horen hoe daar tegenaan wordt gekeken. Aan het eind van de middag is de voorlopige uitkomst bekend. Veel is controversieel verklaard, waaronder (niet verrassend) het besluit over de uitvoering van de AWBZ. Onduidelijkheid bestaat er nog over de prestatiebekostiging bij de ziekenhuizen en de kapitaallastenproblematiek: in principe controversieel, maar de Tweede Kamer wil graag een brief van Minister Klink over de (financiële) gevolgen daarvan en de maatregelen die dan alsnog genomen moeten worden. Wordt vervolgd.
Gezondheidszorg telt
1 maart 2010
Na het wekelijkse directieoverleg bij ZN in Zeist ga ik weer terug naar Den Haag. In de Pulchri Studio organiseert het ministerie van VWS het congres “Gezondheidszorg telt”. Onder leiding van Rien Meijerink worden de resultaten gepresenteerd van een viertal onderzoeken over de baten van de zorg. Martin McKee, professor of European Public Health aan de University of London, laat zien hoegezondheid, gezondheidszorg en economische ontwikkeling elkaar onderling beïnvloeden.. Marc Pomp, zelfstandig onderzoeker en beleidadviseur gezondheidszorg, presenteert de resultaten van de analyse uit zijn nog te verschijnen boek “Een beter Nederland: de gouden eieren van de gezondheidszorg”.Andere sprekers zijn Jaap de Koning, directeur van SEOR, Jeroen van Roon, partner bij Boer & Croon enJohan Polder van het RIVM en de Universiteit van Tilburg. Zek. Centraal staan de maatschappelijke opbrengsten van zorg. Die zijn substantieel: de zorg is één van de grootste economische sectoren van het land en levert een enorme bijdrage aan gezondheid, levensverwachting en arbeidspotentieel. Hoeveel precies, dat is nu in een aantal onderzoeken uitgerekend. Dat kan, met alle slagen om de arm die erbij te maken zijn, een nuttig tegenwicht bieden tegen een al te eenzijdig beeld van de zorg als kostenpost. In deze tijd van heroverwegingen en CPB-doorrekeningen lijkt mij dat buitengewoon gezond. De bijeenkomst waar ik vervolgens naar toe ga staat eveneens in het teken van een gezonde toekomst. Stg/HMF organiseert in het kader van het 25-jarig jubileum een aantal bijeenkomsten met als thema “moedig leiderschap”. Hoe krijgen we leiders met moed en durf die er voor zorgen dat we (weer) kunnen vertrouwen op de toekomst van de zorg in Nederland? En hoe creëren we ruimte voor deze leiders? Op deze startbijeenkomst, bij het CVZ in Diemen, ga ik daarover in discussie met een groepje dat zich buigt over de veranderende verhoudingen van veldpartijen.
eHealthNu
25 februari 2010
Ik begin de dag met een overleg bij VWS met DG Marcelis Boereboom over de gevolgen van de kabinetscrisis voor de beleidsontwikkeling in de AWBZ. Aansluitend heb ik, ook bij VWS, een bespreking over de rol van ZN bij het programma eHealthNu. eHealthNu is een initiatief van Philips, Menzis, Achmea, Rabobank, KPN en TNO, in samenwerking met het ZorgInnovatiePlatform van het ministerie van VWS. Ehealth staat voor zorg die met behulp van nieuwe informatietechnologie wordt aangeboden, bijvoorbeeld ter ondersteuning van zelfmanagement. Met eHealth wordt kwalitatief goede zorg geboden, patiënten en zorgprofessionals zijn enthousiast. Op technologisch en ICT-gebied is al heel veel mogelijk,. Nederland kent een uitstekende dekking van internetfaciliteiten en het belang van innovatie wordt breed onderschreven, ook in de zorg. Toch slagen we er niet of nauwelijks in om geslaagde lokale eHealth-initiatieven verder op te schalen. Ze blijven veelal hangen in de pilotfase, worden niet geïntegreerd in de reguliere zorg, en er volgt geen landelijke uitrol. eHealthNu probeert, als samenwerking van publieke en private partijen, om de non-concurrentiële knelpunten weg te nemen die de echte doorbraak op het terrein van eHealth in de weg staan. Een uitstekend initiatief, volgens mij, waar ik in de toekomst graag vanuit ZN een bijdrage aan wil leveren.
Na de val van het kabinet
22 februari 2010
Zoals elke maandag begin ik vandaag met het directieoverleg bij ZN. Belangrijk bespreekpunt vormt uiteraard de vraag wat de gevolgen zijn van de recente politieke ontwikkelingen. Nu het kabinet is gevallen zal een aantal “controversiële” dossiers vertraging oplopen. Dat is zorgelijk waar het gaat om al ingezet beleid naar meer vraaggerichte zorg, zoals de prestatiebekostiging bij de ziekenhuizen en de GGZ. ZN wil de komende tijd in ieder geval hard blijven werken - in nauwe samenwerking met cliëntenorganisaties, gemeenten, aanbieders en VWS - aan het mogelijk maken van de uitvoering van de AWBZ voor eigen verzekerden per 2012.Dat versterkt de kwaliteit, de klantgerichtheid en de integraliteit van de AWBZ-zorg en vormt daarmee een no-regret stap, die onafhankelijk is van de visievorming op de verdere ontwikkeling van de AWBZ. Daarnaast hopen en verwachten we dat de ontwikkeling naar het zichtbaar maken van kwaliteit en kwaliteitsindicatoren geen vertraging oploopt – verbetering van kwaliteit mag nooit controversieel zijn. De komende tijd zal ZN uiteraard proberen om de eigen visie op de toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse gezondheidszorg zo goed mogelijk uit te dragen. Dat begint bij de heroverwegingscommissies en de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen – sommigen daarvan hebben al om input gevraagd – maar zal uiteraard doorgaan tot na het aantreden van de bewindspersonen van het nieuwe kabinet. Werk aan de winkel, dus. Centraal in de visie van ZN staat de verdere ontwikkeling naar vraaggerichte zorg, waarin verzekerde en patiënt centraal staan en de nadruk ligt op verbetering van kwaliteit. Daartoe moeten we doorgaan met de uitbouw van gereguleerde marktwerking. Het nieuwezorgstelsel is pas recent ingevoerd en werpt duidelijk vruchten af: scherpe premies, meer keuzevrijheid, meer doelmatigheid en betere kwaliteit van zorg. ZN pleit ervoor om zorgverzekeraars de mogelijkheid te geven om hun zorginkooprol verder uit te bouwen. Daarvoor is het nodig om transparantie van kwaliteit snel wettelijk af te dwingen en om ruimte te geven voor echte prestatiebekostiging en innovatie in de zorg. ZN is geen voorstander van wijzigingen in de Zorgverzekeringswet of de premiestructuur, dat leidt af van de echte prioriteiten. Zorgverzekeraars kunnen via hun inkooprol bijdragen aan vergroting van kwaliteit en doelmatigheid. Versterking van risicodragendheid van zorgverzekeraars en aanbieders helpt daarbij, maar moet wel verantwoord gebeuren. De macronacalculatie in de risicoverevening voor zorgverzekeraars moet behouden blijven. De overheid behoudt een belangrijke rol, bijvoorbeeld bij het afdwingen van capaciteitsreductie, bij kwaliteitsnormering en bij het voorkomen van ongewenste inkomensstijgingen (medisch specialisten!). Als het gaat om betaalbaarheid in de zorg moet de overheid verantwoordelijkheid nemen voor eigen betalingen en pakket. ZN pleit bij pakketbeheer voor heldere keuzes en een consistente lijn, op basis van goed onderbouwde adviezen van het CVZ. Aandachtspunten bij nieuw beleid zijn uitvoeringsgevolgen en termijnen. Gegeven de voorbereidingstijd voor het vaststellen van (goedgekeurde) polissen, de premiecalculatie en het proces van zorginkoop, moeten pakketwijzigingen of nieuwe eigen betalingen per 2011 al vóór 1 juli 2011 bekend zijn. Eventuele maatregelen uit een nieuw regeerakkoord kunnen dus pas met ingang van 2012 worden ingevoerd.
Heroverweging curatieve zorg
Donderdag 18 februari 2010
Het kabinet heeft de werkgroepen ingesteld voor een brede heroverwegingsoperatie op twintig beleidsthema's.Deze heroverwegingen zijn aangekondigd in de Miljoenennota en moeten resulteren in ombuigingsvarianten per beleidsterrein ter grootte van 20% van de totale uitgaven. Voor de curatieve zorg gaat het dan om zo’n 6,5 miljard euro. Vandaag ga ik naar het ministerie van SZW voor een bijeenkomst met de werkgroep heroverweging curatieve zorg, die in een aantal sessies de verschillende maatschappelijke organisaties op het terrein van de gezondheidszorg de gelegenheid geeft te reageren op de ontwikkelde ombuigingsvarianten. In deze bijeenkomst zijn zorgverzekeraars, patiënten- en consumentenorganisaties vertegenwoordigd. De Commissie stelt voor….. Helaas, de primeur moet hier achterwege blijven. Uiteraard gaat het om een breed spectrum van maatregelen op het terrein van doelmatigheid en sturing, eigen betalingen en het collectief verzekerde pakket. In april zullen de definitieve rapporten naar buiten komen. En we weten inmiddels dat het aan een nieuw kabinet zal zijn om daar besluiten over te nemen. In de middag zit ik bij een gezamenlijk bijeenkomst van de bestuurscommissies Zorg en Verzekeringen bij ZN, over de invoering van de nieuwe productstructuur en de prestatiebekostiging bij de ziekenhuizen. Margot Redel en Sjoerd Terpstra, beleidsadviseurs van de afdeling Zorg bij ZN, geven een presentatie over de benodigde voorbereidingen, de uitzoekpunten en de risico’s – waaronder de reële mogelijkheid dat het wetgevingstraject niet gehaald zal worden. Profetische woorden? Aansluitend komt de Bestuurscommissie Zorg bijeen voor de maandelijkse vergadering. Op de agenda staan onder meer de kinderoncologie, de reactie op het pakketadvies van het CVZ en de nieuwe gedragscode op het terrein van de privacy.
Bevrijd de zorg!
Maandag 15 februari 2010
Naast dit weblog schrijf ik ook nog regelmatig een bijdrage voor de website van Skipr. Daar ben ik het weekend eens goed voor gaan zitten en vandaag lever ik mijn stukje in, met als boodschap: bevrijd de zorg! Geïnspireerd door mijn ervaringen in Barcelona èn het eindeloze gemodder met de prestatiebekostiging voor de ziekenhuizen en de integrale bekostiging van de eerste lijn, houd ik een pleidooi voor meer ruimte, voor innovatie, ja zelfs voor marktwerking. Bekostiging – het woord alleen al is vreselijk – moet volgend zijn en vooral ruimte bieden om de goede dingen te kunnen realiseren. Nu is alles verboden wat niet expliciet is toegestaan, terwijl we dat eigenlijk zouden moeten omdraaien. De komende wijziging van de Wet Marktordening Gezondheidszorg biedt daarvoor de kans. Elke vrijwillige afspraak tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder moet straks zijn toegestaan, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om vooraf te veronderstellen dat deze in strijd is met het publieke belang. Het belangrijkste daarbij is wellicht dat elke nieuwe zorginnovatie of product, mits veilig, op de markt mag komen zonder dat een bureaucratische toestemmingsprocedure nodig is. Innovatie wordt niet langer in een hokje gestopt (beleidsregel innovatie of experimenteerruimte) maar komt tot stand als zorgaanbieder en zorgverzekeraar daar gezamenlijk meerwaarde in zien. Daarnaast komt er ook bij bestaande zorgvormen ruimte voor andere manieren van betaling en organisatie: ketenafspraken, case management, ‘capitation’, risicodeling tussen aanbieders en verzekeraars – zonder dat daar, zoals nu bij de integrale bekostiging van de eerste lijn, van bovenaf nieuwe betaaltitels voor moeten worden ontwikkeld. Naast de introductie van zorginhoudelijke innovaties kan daarmee ook de verspreiding van nieuwe organisatievormen in de zorg een grote impuls krijgen. Lees de hele blog op www.skipr.nl.
Vijftig jaar Revalidatiefonds
Vrijdag 12 februari 2010
Vandaag start ik in Den Haag bij VWS voor een overleg met de Stuurgroep Uitvoering AWBZ, gevolgd door een bilateraal gesprek met DG Langdurige Zorg Marcelis Boereboom. We blikken terug op het bestuurlijk overleg van gisteren met staatssecretaris Bussemaker, waarin naast zorgverzekeraars ook cliëntenorganisaties en gemeenten deelnamen. De datum van 1 april, waarop de staatssecretaris wil besluiten over de toekomstige uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars, komt snel dichterbij en vóór die tijd moet er nog veel werk worden verzet. Na een tussenstop in Zeist ga ik naar Bunnik voor een kringgesprek ten behoeve van het Jubileummagazine van het Revalidatiefonds. Het Revalidatiefonds bestaat 50 jaar en wil dat uiteraard vieren door via tal van evenementen en activiteiten aandacht te besteden aan de maatschappelijke participatie – het meedoen – van mensen met een beperking. Vanmiddag worden wij – een gevarieerd gezelschap met onder andere oud-voorzitter Joop van Londen van het Revalidatiefonds, Hadewych Cliteur van de CG-raad en “Ambassadeur Onbeperkt” Jacco Holthuis, bevraagd over onze visie op de ideale toekomst voor chronisch zieken en gehandicapten. We blijken opmerkelijk eensgezind: in die toekomst vormt een beperking geen wezenlijk belemmering voor meedoen op alle mogelijke terreinen. Desondanks ontstaat er een boeiende discussie, waarover u binnenkort alles kunt lezen in het Jubileummagazine.
Beweging 3.0
9 februari 2010
Vandaag weer een goede opkomst bij het Grand Café. In deze terugkoppeling naar de medewerkers van ZN praat ik vandaag iedereen bij over de uitkomsten van de bestuursvergadering van gisteren. Na het wekelijks beleidsteamoverleg ga ik vervolgens naar Amersfoort voor een afspraak met Albert Arp, lid van de Raad van Bestuur van Beweging 3.0.Ik ben hem een aantal keren in de wereld van zorgbestuurders tegengekomen en het leek ons leuk om eens nader kennis te maken. Ik moet zeggen dat de naam van de organisatie ook wel nieuwsgierig maakt. Beweging 3.0 blijkt te staan voor de derde levensfase en is voortgekomen uit de gefuseerde zorginstelling Amant en zorggroep Laak & Eemhoven. We blijken het in grote mate eens over de toekomst van de ouderenzorg. ’s Middags ga ik naar huis omdat mijn zoon Luuk op school ziek is geworden. Niet helemaal onverwacht: hij was gisteren al wat aan het kwakkelen. Mijn resterende afspraken worden door mijn secretaresse afgezegd. Voor de ongeruste lezers: hij is inmiddels al weer helemaal het mannetje…
Bestuurszaken
8 februari 2010
Terug in Nederland en de sneeuw staat deze maandag de agenda weer vol met overleggen. In de middag komt het bestuur van ZN bij elkaar voor de maandelijkse vergadering. We bespreken een aantal grote thema’s: de toekomstige uitvoering van de AWBZ (ter voorbereiding op een bestuurlijk overleg met de staatssecretaris, cliëntenorganisaties en gemeenten, de risicoverevening en de prestatiebekostiging bij de ziekenhuizen en de GGZ. Aansluitend is er een bijeenkomst van de Raad van Advies. Ook daar bespreken we de toekomst van de AWBZ en daarnaast de voortgang bij de lopende heroverwegingswerkgroepen care en cure en bij de kwaliteitstransparantie (Zichtbare Zorg).
Zorginnovatiereis Barcelona
2 tot 6 februari 2010
Deze week ben ik in Barcelona, samen met bijna 50 andere bestuurders en beleidsmakers uit de gezondheidszorg. Dit is inmiddels de vierde zorginnovatiereis die Dorrit Gruijters met haar bureau Coincide organiseert: in november 2008 hebben we met een vergelijkbare groep Japan bezocht (zie het verslag op mijn weblog). Catalonië heeft een heel ander zorgstelsel dan Nederland – in feite een op regionale basis vormgegeven National Health Service. De gezondheidszorg wordt betaald uit algemene (belasting-) middelen, die door de regionale overheid worden verdeeld en gekoppeld aan concrete gezondheidsdoeleinden. Het regionale uitvoeringsorgaan, CatSalut, is zowel zorgaanbieder als zorginkoper. Op de eerste dag bezoeken we zowel het Catalaanse Ministerie van Gezondheid en CatSalut als – in verschillende groepen – een aantal zorgaanbieders. Ik ga zelf naar het Hospital General de Catalunya, een onderdeel van de Capiogroep die in verschillende landen private ziekenhuizen exploiteert. Het Hospital General is een middelgroot ziekenhuis dat primair particuliere zorg levert maar ook contracten heeft met CatSalut. Boeiend is de uitleg over het experiment met ‘capitation’ in de regio Valdemoro, waar Capio voor een vast bedrag per inwoner de volledige zorg van de regionale uitvoerder heeft overgenomen. De volgende dagen bezoeken we, in wisselende groepen, een flink aantal locale en regionale instellingen. In mijn geval onder meer het indrukwekkende Biomedical Research Park, een privaat en een publiek eerstelijns gezondheidscentrum en de grootste Spaanse particuliere verzekeraar, Adeslas. Tussendoor en op de slotsessie zaterdagochtend proberen we onze ervaringen te vertalen naar de Nederlandse situatie, waarbij uiteraard de lopende heroverwegingsoperatie voor de zorg – hoe kan het 20% goedkoper? – een belangrijke invalshoek is. Wat neem ik zelf mee uit deze reis? Ten eerste, het Nederlandse model, waarin de borging van publieke belangen is gecombineerd met private uitvoering en marktprikkels, is helemaal zo gek nog niet. In zijn recente Den Uyl lezing neemt Wouter Bos afstand van die “Derde Weg” en verwijst daarbij onder andere naar de stelselherziening in de gezondheidszorg. Maar zelfs in een staatszorgsysteem zoals in Spanje zie je dat op alle mogelijke manieren geprobeerd wordt om de goede prikkels in het systeem te krijgen; variërend van de al genoemde experimenten met ‘capitation’ op regionaal niveau tot het privaat laten uitvoeren (via prestatiecontracten) van de eerstelijnszorg in bepaalde wijken van Barcelona. En het werkt: ook als gecorrigeerd wordt voor het risicoprofiel van de bevolking is private zorg zo’n 25% goedkoper, en geeft het betere gezondheidsuitkomsten en klanttevredenheid dan de staatszorg. Ten tweede, staatszorg leidt pas echt tot tweedeling. In Spanje heeft ongeveer 20% van de bevolking een particuliere verzekering, ondanks het feit dat men al (via de belastingen) gedwongen meebetaalt aan het overheidssysteem. Alleen ambtenaren mogen vrij kiezen – en die kiezen voor 85% voor de particuliere verzekering. De rest betaalt dubbel en heeft dat ervoor over om de wachtlijsten, de bureaucratie en het gebrek aan keuze te kunnen vermijden. En ik ben geneigd te geloven dat die tweedeling niet uniek is voor Spanje, maar inherent is aan alle staatszorgsystemen. Ten slotte, ook voor Nederland zou het interessant zijn om te kijken naar capitation-achtige systemen, waarbij risicodeling plaatsvindt tussen zorgverzekeraars en een aanbieder die bereid is om de integrale zorg voor een bepaalde populatie op zich te nemen. Het voordeel daarvan is dat we het betalen voor zorg kunnen vervangen door het betalen voor gezondheid – waar het uiteindelijk om gaat. Al met al een mooie reis met een vol programma. Ik heb in die vijf dagen maar drie uur voor mezelf en gebruik die om per fiets Barcelona te verkennen en te constateren dat hier de lente al wel is begonnen – het is heerlijk weer.
Dag van de Zorgverzekeraars
Donderdag 28 januari 2010
Vandaag zit ik de hele dag in het Kurhaus in Scheveningen voor de jaarlijkse Dag van de Zorgverzekeraars, die inmiddels al voor de tiende keer wordt georganiseerd door congresorganisatie SBO. ZN is nauw betrokken bij de inhoudelijke samenstelling van het programma en het jubileumcongres wordt dan ook geopend door ZN voorzitter Hans Wiegel. In zijn speech gaat hij kort in op de rol van zorgverzekeraars op zowel de zorgverzekeringsmarkt en de zorginkoopmarkt en gaat daarbij ook in op de actuele plannen op het terrein van de prestatiebekostiging en het vergroten van de risicodragendheid van zorgverzekeraars. Zelf mag ik optreden in een forumdiscussie aan het eind van de ochtend, over integrale bekostiging. Wat wordt de patiënt daar beter van, is de (goede) vraag die ik samen met Willem van de Ham van de Orde, Steven van Eijck van de LHV, Anouschka van Miltenburg van de VVD en Jan Joost Meijs van het gezondheidscentrum De Roerdomp mag bediscussiëren. We blijken het eigenlijk redelijk eens: niet de bekostiging, maar de meerwaarde van de patiënt zou in het debat centraal moeten staan. Ik pleit, zoals ik al vaker heb gedaan, voor afschaffing van het ‘verbodsstelsel’ van de WMG (Wet marktordening gezondheidszorg). Waar nu alles is verboden wat niet expliciet is toegestaan, zou dat eigenlijk moeten worden omgedraaid: elke tweezijdige prestatieovereenkomst (inclusief prijsafspraak) tussen aanbieders en zorgverzekeraars zou moeten kunnen, tenzij er een expliciete reden is om het te verbieden. Meer specifiek voor de integrale bekostiging van de eerste lijn: we zouden ons veel meer de tijd moeten gunnen om (desnoods op experimentele basis) te bekijken hoe je ketenzorg en “disease management” het best kan organiseren en financieren, voordat we het hele bekostigingssysteem in nieuwe hokjes gaan vastleggen. Hoogtepunt van het congres, is het Nationaal Zorgverzekeraars Debat aan het eind van de middag, dat wordt ingeleid door een betoog van Rien Meijerink van de RVZ. In het kader van het debat over de houdbaarheid van het zorgstelsel bepleit hij onder meer om serieus te kijken naar de mogelijkheid om mensen extra premie te laten betalen in relatie tot ongezond gedrag, zoals roken, drinken en overgewicht. De zorgverzekeraars in het forum zijn het unaniem met hem oneens, zowel op principiële gronden (ondermijning van de solidariteit tussen ziek en gezond) als vanwege de onuitvoerbaarheid ervan. En wie zegt eigenlijk dat rokers duurder zijn? Zoals Roelof Konterman opmerkt, je zou ze dan ook korting moeten geven op de pensioenpremie. In een telefonisch interview met NRC Handelsblad mag ik de volgende dag het standpunt van de zorgverzekeraars verder toelichten. Ik verwijs daarin ook naar de onderzoek uit de verslavingszorg, waaruit blijkt dat heel veel ongezond gedrag ook gerelateerd is aan psychische aandoeningen. Financiële prikkels werken dan niet – ik zeg niet dat ze nooit werken – omdat er nu eenmaal geen rationele afweging aan het ongezonde gedrag ten grondslag ligt. Door het congres moet ik helaas het afscheid missen van Tom Dalinghaus, communicatieadviseur en speechschrijver bij ZN. Gelukkig heb ik nog een bijdrage kunnen leveren aan het speciale ZN Journaal, dat ter gelegenheid van zijn vertrek naar Achmea is samengesteld.
Haags dagje
Woensdag 27 januari 2010
Eigenlijk heb ik vandaag mijn maandelijkse vrije woensdag, maar het lukt toch nog om aan de randen van de dag een paar zakelijke afspraken in te plannen. ’s Ochtends spreek ik op het ministerie van Algemene Zaken met Marjolein Voslamber en Stan Kaatee. Stan ken ik nog goed van mijn tijd op het ministerie van Financiën, hij was toen één van mijn medewerkers op de sectie VWS van de Inspectie Rijksfinanciën. Tegenwoordig is hij raadsadviseur op de terreinen Financiën en Sociale Zekerheid, terwijl Marjolein Voslamber de Zorg en Jeugd onder haar hoede heeft. We spreken vooral over de heroverwegingen cure en care, die een ombuiging van 20% op de zorguitgaven moeten opleveren. Na een middag vol Playmobil en judo begint ’s avonds het tweede deel van mijn werkdag, met de NVZ bijeenkomst in het Lucent Danstheater waar tevens afscheid wordt genomen van Gita Gallé. Wij hebben als directeuren van brancheorganisaties die zich soms nauw tot elkaar verhouden veel contact gehad en dat verliep eigenlijk altijd heel plezierig. Ik hoop haar ook in de toekomst nog vaak tegen te komen in haar nieuwe baan als bestuurder van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Aansluitend aan de afscheidsreceptie is er, op dezelfde locatie, een voorbereidingsbijeenkomst van de Zorginnovatiereis naar Barcelona. We krijgen een toelichting op het programma en Rop Zouberg, correspondent van de NOS in Madrid, geeft een toelichting op de actuele ontwikkelingen in Spanje, Catalonië en Barcelona.
Veel (bestuurlijk) overleggen
Dinsdag 26 januari 2010
Vandaag begin ik in Zeist met de wekelijkse briefing voor ZN medewerkers in het Grand Café. Aansluitend de vergadering van het ZN Managementteam, die met ingang van dit jaar is losgekoppeld van het (inhoudelijke) Beleidsteam en nog maar één keer per maand staat gepland. Dit keer bespreken we de ervaringen vanuit de zojuist afgeronde eindejaarsgesprekken met medewerkers en het opleidingsprogramma voor 2010. Vervolgens ga ik terug naar Den Haag voor een tweetal gesprekken met Leon van Halder, de nieuwe directeur-generaal Curatieve Zorg op VWS. Wij hebben een maandelijks overleg, waarin meestal een hele reeks actuele onderwerpen de revue passeert. Daarnaast staan we deze keer nog even apart stil bij de stand van zaken ten aanzien van Zichtbare Zorg, het programma dat onder regie van VWS kwaliteitsinformatie voor de verschillende sectoren en aandoeningen in de zorg moet genereren. Later op de middag komen we elkaar opnieuw tegen, in het bestuurlijk overleg van minister Klink met de verschillende partijen uit de geestelijke gezondheidszorg. We bespreken het advies van de NZa over invoering van prestatiebekostiging in de GGZ en verkennen hoe het staat met de invulling van de randvoorwaarden die daarvoor nodig zijn. Op het eind van de dag ga ik dan nog langs bij de VNG, voor een overleg met Sandra Korthuis over de afstemming tussen gemeenten en zorgverzekeraars in het kader van de toekomstige uitvoering van de AWBZ. In een constructieve sfeer – wellicht helpen de geserveerde bitterballen daarbij – bespreken we de inhoud van een gezamenlijke brief aan de staatssecretaris van VWS. Aan het eind blijken er meer overeenkomsten dan verschillen over te blijven.
Vraagzijde van de Zorg
Vrijdag 22 januari 2010
De RVZ (Raad voor de Volksgezondheid en Zorg)bespreekt vandaag het conceptadvies “Vraagzijde van de zorg” met vertegenwoordigers van koepel- en brancheorganisaties in de zorg. Centraal staat de vraag hoe de rol van consumenten, patiënten en cliënten – en hun georganiseerde vertegenwoordigers – als “derde partij” naast aanbieders en zorgverzekeraars verder vorm kan krijgen. Daarbij gaat het natuurlijk ook om geld: hoe kunnen patiëntenorganisaties, naast de contributies van hun leden, het best gefinancierd worden. Ikzelf denk dat je daarbij een onderscheid moet maken naar de verschillende functies van die organisaties. De oorspronkelijke basisfunctie, die van lotgenotencontact, kan prima uit ledenbijdragen worden gefinancierd. De steeds belangrijker wordende rol van patiëntenorganisaties in het opbouwen en verspreiden van kennis en informatie over ziekte en behandeling kan deels worden “vermarkt”, door gebruikers – aanbieders, zorgverzekeraars en patiënten zelf – te laten betalen voor bepaalde diensten. Daarbij is het wel van belang dat belangenverstrengeling wordt voorkomen – zo vindt vrijwel iedereen het onwenselijk als de farmaceutische industrie te nauwe banden onderhoudt met specifieke patiëntengroepen, maar hetzelfde zou ook kunnen gelden voor zorgaanbieders of zorgverzekeraars. Ten slotte is er de functie van lobby en belangenbehartiging naar de overheid en andere (georganiseerde) partijen in de zorg. In mijn opinie is de huidige (project-) subsidiefinanciering vanuit de overheid daarvoor niet adequaat – en ook vanuit het punt van onafhankelijkheid niet gewenst. Aan de andere kant kan wellicht ook niet van de leden van de individuele organisaties zelf verwacht worden dat ze deze taak – met een zo duidelijk publiek belang – volledig zelf financieren. De oplossing zou er wellicht in kunnen liggen om een beperkt deel van de zorgpremies – zeg voor het gemak even vijf euro per premiebetaler – te bestemmen voor een fonds dat de middelen vervolgens weer verdeeld ten behoeve van de publieke taak van patiënten- en cliëntenorganisaties. Die daarover dan wel achteraf verantwoording moeten afleggen, maar niet langer vooraf elke activiteit van een subsidieaanvraag hoeven te voorzien. Een dergelijk systeem bestaat al in de sportwereld en lijkt daar behoorlijk te werken. Iets voor een komend regeerakkoord?
Verslavingspsychiatrie
19 januari 2010
Na een interne personeelsbijeenkomst, een vergadering van het ZN beleidsteam en een overleg met Chris Driessen van Vektis, vertrek ik rond lunchtijd richting Rotterdam. Met de ZN-directie en een aantal beleidsadviseurs gaan we op werkbezoek bij Bouman GGZ. Sjef Czyzewski en Ben van de Wetering van de Raad van Bestuur geven een toelichting op de activiteiten van Bouman en gaan daarbij met name in op de nieuwe aanpak in de vorm van geïntegreerde trajecten waarin de samenloop van verslavingszorg met de behandeling van een specifieke psychische aandoening centraal staat. Wat in 2005 begon als een specifieke opvang en behandeling voor straatprostituees in Rotterdam, is begin 2010 uitgegroeid tot een volledig geïntegreerd zorgprogramma voor de kwetsbare groep chronisch verslaafde psychiatrische patiënten in Rotterdam en omgeving. Het beschermd wonen is hier gecombineerd met de behandelingen en zo is een nieuwe vorm van ‘verblijfsbehandeling’ ontwikkeld. Er is een geïntegreerd programma gevormd van vinden en binden, behandelen, wonen en werken.
Op dit moment heeft Bouman GGZ in Rotterdam en omgeving acht huizen met in totaal zo’n 130 bewoners waar het intensief beschermd wonen (IBW) wordt toegepast. Eind 2009 werd de behandelwijze geëvalueerd en de conclusies zijn overwegend positief. De cijfers laten zien dat, door te investeren in met name de AWBZ-kolom (verblijf met behandeling) per saldo veel grotere besparingen in het gemeentelijke domein en de justitiële kolom mogelijk zijn. Simpel gezegd: door drugsverslaafden verblijf en behandeling in een beschermde omgeving aan te bieden voorkom je een hoop (dure) overlast en criminaliteit. Natuurlijk valt het nog, ondanks die positieve resultaten, nog niet altijd mee om structurele financiering voor dit soort programma’s te regelen. Bouman GGZ loopt daarbij regelmatig aan tegen de talrijke schotten die er staan tussen de verschillende wettelijke bepalingen (AWBZ, Zorgverzekering, WMO en overig gemeentelijk domein, jeugdzorg, justitie). Voor mij benadrukt dat nog een keer het belang van uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars – dat scheelt in ieder geval al één schot – en het belang daarbij van een goede afstemming van gemeenten. Het laat ook zien dat dat laatste geen kwestie is van simpelweg meer geld naar gemeenten, zoals sommigen beweren: in dit voorbeeld vormt de preventieve zorg juist onderdeel van de AWBZ en is het dus van belang om juist daar te investeren.
Na het hoofdkantoor bezoeken we een huis voor intensief beschermd wonen – voor mij op bekend terrein, want het ligt om de hoek bij de supermarkt waar ik als student mijn boodschappen deed. Tot slot gaan we naar de verslavingskliniek, waar we onder meer de gesloten afdeling voor intensieve zorg en de Korskov-afdeling bezoeken. Dat is, om eerlijk te zijn, zowel inspirerend als deprimerend: het is heel mooi om te zien hoe bevlogen mensen met hun werk bezig zijn, maar tegelijkertijd komt de onoplosbaarheid van sommige maatschappelijke problemen ook keihard naar voren. Bij elkaar een zeer geslaagd werkbezoek, dat ook een goed beeld geeft van financierings- en structuurvragen zich doorvertalen naar de werkvloer – en omgekeerd. Meer informatie is te vinden op:www.boumanggz.nl
AWBZ en GGZ
15 januari 2010
Vandaag begin ik in Den Haag met een vergadering van de stuurgroep UAZ, die de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars voorbereidt. De stuurgroep staat onder leiding van DG Langdurige Zorg Marcelis Boereboom en bestaat uit vertegenwoordigers van VWS, ZN, CAK, CVZ en NZa (het is wat met die afkortingen in de zorg…). Deze keer bespreken we onder meer de stand van zaken van het wetgevingstraject en de resultaten van de afstemming met cliëntenorganisaties en gemeenten. Daarna ga ik naar Zeist en vervolgens in de middag weer door Breukelen. Plexus organiseert daar in het eigen koetshuis – op een prachtige locatie aan de Vecht -- een cursus voor zorgaanbieders en zorginkopers in de GGZ. Samen met Jos de Beer van GGZ Nederland en Marjan ter Avest van het Platform GGZ maak ik deel uit van het afsluitende “prominentendebat”. We bediscussiëren een viertal stellingen, die door een voor- en tegenstander vanuit de cursistengroep worden ingeleid. Een leuke formule, die debatten oplevert waarin aanbieders en zorgverzekeraars soms tegen over elkaar staan – maar lang niet altijd.
Kernwaarden ouderenzorg en AWBZ
14 januari 2010
Onder de titel “Samen het nieuwe jaar in” organiseren de besturen en directies van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad, de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, het Platform VG en het Landelijk Platform GGZ vandaag hun gezamenlijke nieuwjaarsbijeenkomst in Stadion Galgenwaard te Utrecht. Het is een mooie gelegenheid – en locatie – om elkaar op een informele op te zoeken en te werken aan verdergaande vormen van samenwerking. Het inhoudelijke programma wordt verzorgd door Hans Becker, directeur van Humanitas en bijzonder hoogleraar ‘Humanisering van de Zorg’. Ik heb ooit nog college (geschiedenis van het economisch denken) bij hem gelopen in mijn studietijd in Rotterdam, maar inmiddels is hij naast gelukseconoom ook zorggoeroe geworden. Dat is niet negatief bedoeld, in tegendeel: hij heeft Humanitas van een standaard, wat bureaucratische zorginstelling getransformeerd tot een goedlopende onderneming met internationale erkenning. Vier kernwaarden staan centraal is zijn visie op de ouderenzorg: eigen regie, activiteit (“use it or lose it”), familiegevoel en een “ja-cultuur”. Hij vertaalt dat in een aanpak met levensloopbestendige complexen met (onder andere) restaurants en ‘herinneringsmusea’. Vooral de ja-cultuur is een denkomslag in de zorg, waar toch vaak een houding prevaleert van “waarom ja zeggen als je eerst nee kan zeggen” (zorgverzekeraars daarbij niet uitgezonderd). Becker geeft vandaag een paar hilarische voorbeelden (Waarom zou mevrouw geen vijf katten mogen meenemen naar het verzorgingshuis. Omdat iedereen het dan gaat doen?), die tegelijk aan het denken zetten. Leuk, en inspirerend. Ook inspirerend is het door VWS georganiseerde “diner pensant”, ’s avonds in het Kurhaus in Scheveningen. Vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, aanbieder, gemeenten en zorgverzekeraars discussiëren samen over de toekomst van de AWBZ. Vanuit het gezamenlijke streven om de zorg beter te maken blijken er veel overeenkomsten te zijn in de opvattingen over de toekomstige uitvoering van de AWBZ.
Nieuwjaarsspeech Wiegel
11 januari 2010
Vandaag is de eerste bestuursvergadering van het nieuwe jaar. We bespreken de lobby/communicatieagenda voor 2010 en de verdere versterking van samenwerkingsverbanden van zorgverzekeraars op het terrein van informatievoorziening, standaarden en ICT-infrastructuur. Verder op de agenda: de uitvoering van de AWBZ voor eigen verzekerden per 2012, de mogelijkheden voor het gezamenlijk uitvoeren van controles en de toekomst van de jeugdzorg. Aansluitend aan het bestuur volgt de traditionele nieuwjaarsbijeenkomst voor het bestuur en alle medewerkers van ZN en Vektis. ZN-voorzitter Hans Wiegel gaat in zijn speech in op de fundamentele keuzes die het kabinet moet maken bij de bezuinigingen in de zorg. Schijnoplossingen zoals het zonder meer verhogen van de risicodragendheid van de zorgverzekeraars – bijvoorbeeld door het afschaffen van de zogenaamde macronacalculatie – werken averechts en leiden alleen maar tot risico-opslagen op solvabiliteit en premie. Wiegel spreekt zijn steun uit voor de door Minister Klink bepleite lijn van een verantwoorde doorvoering van prestatiebekostiging in de (ziekenhuis-) zorg. Hij benadrukt daarbij het belang van goede informatie over kwaliteit: die moet er dit jaar echt komen. Wiegel blikt verder vooruit naar de datum van 1 april, waaropstaatssecretaris Bussemaker het besluit over de toekomstige uitvoering van de AWBZ neemt. De ervaringen uit de zorgverzekeringswet, waar de klanttevredenheid over zorgverzekeraars hoog is en zorginkoop op kwaliteit en prijs steeds meer van de grond komt, zouden vertrouwen moeten geven in de uitvoering van de AWBZ voor eigen verzekerden. Lees hier meer over de Nieuwjaarsspeech van ZN-voorzitter Hans Wiegel.
Afscheid van Atie
7 januari 2010
Dé nieuwjaarsbijeenkomst in de zorg is eigenlijk geen nieuwjaarsbijeenkomst, maar een afscheidsreceptie. Atie Schipaanboord vertrekt bij de NPCF en wordt directeur bij de V&VN, de beroepsorganisatie voor verzorgenden en verplegenden. In Utrecht (Grand Café Mammoni) is iedereen bij elkaar om Atie uit te zwaaien en succes te wensen in haar nieuwe baan. Ze wordt een aantal keren toegesproken; Diana Monissen en ik combineren ons afscheidswoordje in de vorm van een tweegesprek, waarin we elkaar bevragen op onze ervaringen met Atie. Atie blijkt achtereenvolgens een warme persoonlijkheid, een no-nonsense figuur, een strenge maar rechtvaardige juryvoorzitster en een goede danseuse. En o ja, een stevige belangenvertegenwoordiger voor de patiënt èn voorvechtster voor het EPD. Allemaal eigenschappen die haar in haar nieuwe functie goed van pas zullen komen. Ik verheug me nu al op de toekomstige samenwerking.
De angst regeert in de zorg
6 januari 2010
‘Goede voornemens voor de ziekenhuiszorg’ staat er als titel boven mijn bijdrage van vandaag op Skipr. In het artikel ga ik in op de discussie over de prestatiebekostiging voor de ziekenhuizen. De boodschap: de zorgsector heeft op dit moment vooral helderheid en vertrouwen nodig. Angst voor dreigende kostenoverschrijdingen, maar ook angst voor vrijheidsbeknotting, is een slechte raadgever. Het zou daarom plezierig zijn als de discussie over de ziekenhuisbekostiging (wel of geen 50% vrije prijzen) wat minder over de ideologische boeg werd gevoerd. Als de angst regeert, kan de zorg niet werken. Verder ga ik vandaag naar Leeuwarden, voor een gesprek met Diana Monissen. Samen met mijn hoofd Communicatie Wout Dekker spreken we over de reputatie van de zorgverzekeringsbranche en de mogelijkheden om die verder te versterken. Ondanks alle sneeuwwaarschuwingen verlopen heen- en terugreis voorspoedig. Soms zit het mee,,,
Fileleed
5 januari 2010
Vandaag kom ik er niet omheen. Nadat het gisteren in de avondspits al twee uur duurde om van Zeist naar Den Haag te komen, doe ik er vandaag in omgekeerde richting precies drie uur over. Gladheid, ongelukken en kapotte wegen. Ik mis daardoor het Grand Café, de wekelijkse terugkoppeling voor beleidsadviseurs bij ZN, maar kan nog wel aanschuiven bij het beleidsteam. Daarin bespreken we een aantal actualiteiten en staan we wat langer stil bij de vraag hoe we onze boodschap op het terrein van de risicoverevening over het voetlicht kunnen brengen. De rest van de dag is gevuld met veel overleg bij ZN. Ik spreek met Chris Driessen, die nu als gedelegeerd commissaris belast is met de dagelijkse gang van zaken bij Vektis. Samen met Piet Oudhof, manager Algemene Zaken, voer ik eerst een gesprek met een adviesbureau over een begeleidingstraject voor de directie van ZN, en vervolgens een sollicitatiegesprek met een kandidaat voor een functie bij de afdeling Communicatie. Ten slotte bespreken we samen een aantal lopende zaken binnen ZN, zoals de geplande intern verhuizing. En o ja – het moment waarop de kerstboom moet worden verwijderd…
Goede voornemens
4 januari 2010
Net terug van een weekje skiën in de Franse Alpen, blijkt er ook in Nederland een hoop sneeuw gevallen. Gelukkig is het maandagochtend op de weg nog redelijk rustig en ben ik ruim op tijd om alle ZN-medewerkers een gelukkig Nieuwjaar te kunnen wensen. Op de interne nieuwjaarsbijeenkomst sta ik kort stil bij een aantal zaken die dit jaar op ons afkomen. Grote beleidsdossiers, zoals de AWBZ, de ziekenhuisbekostiging, de risicoverevening en de bezuinigingen op de zorg. Maar ook veranderingen in de bedrijfsvoering, zoals het project ZN 2.0, een ingrijpende vernieuwing van alle ZN-websites met daaraan gekoppeld een andere werkwijze op het terrein van het interne documentbeheer, relatiebeheer en informatievoorziening. Veel werk aan de winkel, dus. Maar er is ook ruimte voor ontspanning: ZN bestaat in 2010 vijftien jaar en dat gaan we vieren. Ik wens alle lezers van dit weblog een heel goed en gezond 2010!
|
Over Pieter Hasekamp
Pieter Hasekamp (44), is sinds januari 2008 algemeen directeur van Zorgverzekeraars ...
Lees verder >>
|
|