Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)
Vanaf 1 januari 2009 is de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) in werking getreden. In deze wet is bepaald dat mensen die door een chronische ziekte of handicap maatschappelijke meerkosten ondervinden, recht hebben op een tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming wordt uitgekeerd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) op basis van de gegevens van zorggebruik op grond van de zorgverzekeringswet (Zvw), een indicatie die recht geeft op zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en het gebruik van huishoudelijke verzorging op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).
Voor zover het Zwv-zorggebruik betreft gaat het om de volgende vormen van zorg:
- Fysiotherapie of oefentherapie voor een aandoening die voorkomt op de lijst met chronische aandoeningen in het Besluit zorgverzekeringen;
- Revalidatiezorg in aangewezen instellingen;
- Bepaalde Zvw-hulpmiddelen (zie ook artikel 1 van de regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten);
- Geneesmiddelen die bepalend zijn voor de indeling in een Farmaciekostengroep (FKG);
- Ziekenhuiszorg die bepalend is voor de indeling in een Diagnosekostengroepen (DKG).
Indien een verzekerde bovenstaande zorgvormen nodig heeft gehad, bestaat een recht op een tegemoetkoming (forfait) op grond van de Wtcg. Bij bepaalde combinaties van bovenstaande zorgvormen wordt deze tegemoetkoming voor de rechthebbende verhoogd.
Het CAK zal de vaststelling en de uitbetaling van de forfaits uitvoeren, waarvoor men wel ondermeer afhankelijk is van de gegevens van de zorgverzekeraars voor wat betreft de het zorggebruik ex Zvw.