Aanpassing artikel 13 vergroot keuze verzekerde
Zorgverzekering 17-06-2014

Aanpassing artikel 13 vergroot keuze verzekerde

Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft de Tweede Kamer in een brief laten weten dat belangrijke verbeteringen van de kwaliteit en betaalbaarheid van de Nederlandse gezondheidszorg afhangen van de aanpassing van artikel 13 in de Zorgverzekeringswet.

Zorgverzekeraars zijn voorstander van het aanpassen van artikel 13 in de Zorgverzekeringswet, juist met het oog op het vergroten van de keuzemogelijkheden voor hun verzekerden. Door de aanpassing van artikel 13 hoeven verzekerden met een naturapolis straks niet meer via hun premie mee te betalen aan ondoelmatige of te dure zorg. Dat is nu wel het geval. En in tegenstelling tot wat beweerd wordt, blijft er ook voor verzekerden met een naturapolis grote keuzevrijheid voor zorgverlener. Wie zelf maximale keuzemogelijkheden wil, kan voor een restitutiepolis kiezen, en betaalt daar dan ook een wat hogere premie voor.

Voor zorgverzekeraars staat centraal dat aanpassing van artikel 13 een ‘lek’ in het zorgstelsel dicht en dat is nodig (als één van de belangrijke voorwaarden) om de kwaliteitsverbetering en de kostenbeheersing in de medisch specialistische zorg, de ggz en de langdurige zorg te kunnen realiseren. Daarom is de aanpassing van artikel 13 ook onderdeel van de afspraken over de medisch specialistische zorg, geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging die zorgverzekeraars daarover met de bewindslieden van VWS en vele andere partijen in de zorg hebben gemaakt.

Wel maken zorgverzekeraars zich zorgen om een aantal amendementen.

  • Zorgverzekeraars hebben vorig jaar in de zorgakkoorden al afgesproken dat zij op tijd hun inkoopbeleid transparant maken voor zorgaanbieders. De Kamer wil dit nu bij wet afdwingen zodat zorgverzekeraars dit voor 1 april doen. Deze wettelijke verplichting leidt tot extra regeldruk, bovendien is tot nu toe de ervaring dat ook na 1 april inkoopbeleid zal wijzigingen vanwege veranderende wet- en regelgeving wat de duidelijkheid niet ten goede zal komen.
  • Daarnaast wordt in een amendement van zorgverzekeraars verlangd dat zij rekening met de godsdienstige gezindte van hun verzekerden. Zorgverzekeraars vinden dit principieel onjuist en praktisch onuitvoerbaar. Zij vragen de Kamer hoe een maatschappelijke onderneming met vele duizenden Nederlanders als klant rekening kan houden met de gezindte van hun verzekerden.
  • Zorgverzekeraars betreuren het dat ervoor wordt gekozen eerstelijns zorgaanbieders uit te zonderen; ook in de eerste lijn kunnen er goede redenen zijn om, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van tekortschietende kwaliteit, bepaalde zorgaanbieders van vergoeding uit te sluiten.

Specifiek voor de wijkverpleging geldt dat zorgverzekeraars in het akkoord over de transitie van verpleging en verzorging afspraken hebben gemaakt met de staatssecretaris van VWS, ActiZ, BTN en de NPCF over de aanpassing van artikel 13 in relatie tot de overheveling van de wijkverpleging. Het uitzonderen van de wijkverpleging is in strijd met deze afspraken. Als de Kamer instemt met het desbetreffende amendement zet dit de uitvoering van dit akkoord op losse schroeven en voorzien zorgverzekeraars in elk geval dat de aan de overheveling van de wijkverpleging verbonden taakstelling (ruim 400 miljoen euro in 2015, ongeveer 600 miljoen structureel) onhaalbaar zal blijken.