Positief resultaat zorgverzekeraars 2014 terug naar premiebetaler
Zorgverzekering 01-04-2015

Positief resultaat zorgverzekeraars 2014 terug naar premiebetaler

Uit de ZBO-verantwoording die De Nederlandsche Bank (DNB) heeft gepubliceerd, blijkt dat zorgverzekeraars in 2014 er in geslaagd zijn om van elke euro die aan de zorgpremie is betaald, 99 cent uit te geven aan vergoedingen en kosten van de zorgverzekering. Dit betekent dat zorgverzekeraars de zorgpremie vorig jaar op 1% nauwkeurig hebben vastgesteld. Veel zorgverzekeraars hebben dit resultaat inmiddels teruggegeven aan hun verzekerden via de premie voor 2015. “Dat zorgverzekeraars geen verlies hebben gemaakt op hun zorgverzekeringen is goed nieuws voor de premiebetaler. Vrijwel alle zorgverzekeraars zijn coöperaties en hebben geen winstoogmerk. Het premiegeld dat zorgverzekeraars in 2014 hebben overgehouden, is van de premiebetaler en blijft in de zorg” aldus Pieter Hasekamp, directeur Zorgverzekeraars Nederland.

In 2014 hebben alle Nederlanders met elkaar ongeveer 41 miljard euro via hun zorgverzekering betaald aan de zorg. Volgens de cijfers van DNB houden zorgverzekeraars op dit enorme bedrag ongeveer 1 miljard euro over als gevolg van een positief resultaat van 1% op de zorgverzekeringen en vanwege de beleggingsresultaten op hun reserves. In de premieopbouw van de meeste zorgverzekeraars is te zien dat zij veel van dit bedrag inmiddels hebben teruggeven aan hun verzekerden via de premie 2015. Zorgverzekeraars kunnen positieve resultaten ook toevoegen aan de wettelijk vereiste reserves. Zorgverzekeraars hebben echter geen aandeelhouders; het geld is en blijft van de premiebetaler.

Meevallende zorgkosten voorgaande jaren
Op basis van de cijfers van de voorgaande jaren verwacht ZN dat het resultaat in 2014 gemiddeld voor ongeveer de helft bestaat uit resultaten op de basis- en aanvullende zorgverzekeringen en de andere helft voortkomt uit rendementen behaald op beleggingen met lage risico’s. ZN denkt dat het resultaat op de zorgverzekeringen voor een deel te maken kan hebben met de doelmatige zorginkoop, maar vooral ook met meevallende zorgkosten uit voorgaande jaren. Soms worden declaraties namelijk nog twee jaar later ingediend. Zorgverzekeraars houden hier rekening mee door geld te reserveren om deze zorgkosten uit voorgaande jaren te kunnen betalen. ZN vermoedt dat de zorgkosten uit 2012 en 2013 meevallen waardoor er in 2014 geld is overgebleven uit deze reserveringen.

Premie moet 41 miljard euro aan zorgkosten dekken
Zorgverzekeraars moeten uiterlijk 19 november de zorgpremie vaststellen voor het komende jaar. Met deze premie moeten zij vervolgens alle zorgkosten kunnen betalen. In 2014 was dat 41 miljard euro. Zorgverzekeraars proberen de premie zo scherp mogelijk te berekenen zodat verzekerden niet te veel betalen. Maar niet alles is in de berekening van de premie exact te voorspellen. Zorgverzekeraars hebben te maken met allerlei onzekerheden die voortkomen uit onder andere de ontwikkeling van de zorgvraag, politieke besluitvorming, veranderende regelgeving en te betalen zorgkosten uit voorgaande jaren.

Beleggingsresultaten houden waarde buffers op peil
Naast het resultaat op de zorgverzekeringen hebben zorgverzekeraars ook rendement behaald op behoudend vermogensbeheer. Zorgverzekeraars moeten als financiële instelling buffers aanhouden van DNB. Met de huidige buffers kunnen zorgverzekeraars niet meer dan drie maanden zorg betalen. Om te zorgen dat dit gereserveerde geld van de premiebetaler niet in waarde daalt, beleggen zorgverzekeraars met lage risico’s. In 2014 hebben zorgverzekeraars daar een positief rendement op behaald waardoor de waarde van de reserves op peil blijven. Volgend jaar voert DNB de nieuwe Europese solvabiliteitseisen in voor zorgverzekeraars. Met deze eisen zullen zorgverzekeraars hogere buffers aan moeten houden. Prudent vermogensbeheer is daarbij van groot belang omdat zorgverzekeraars te allen tijde willen voorkomen dat zij de premie moeten verhogen om aan de solvabiliteitseisen van DNB te kunnen blijven voldoen.