Nell Beerens keuken 2, internetformaat-f55beb2f-f767-4b84-b0c0-bbbab6129513.jpg
Eerstelijnszorg 21-03-2019

Deelnemer gecombineerde leefstijlinterventie: “We willen allemaal gezond oud worden”

Nell Beerens schrok enorm toen de praktijkondersteuner van de huisarts haar bij de jaarlijkse controle vertelde dat ze obesitas had. “Dat kwam heel erg binnen en ik was ook boos, maar ze had natuurlijk wel gelijk.” Beerens kon meedoen aan een nieuw project en belandde begin  2015 in een van de eerste pilotgroepen van het leefstijlinterventieprogramma Cool, een van de drie programma’s die sinds begin dit jaar vergoed worden via de basisverzekering onder de noemer gecombineerde leefstijlinterventie (GLI).

“Ik wist eigenlijk niet wat voor project het was, maar ik heb ja gezegd.” Vervolgens ging Beerens er helemaal voor. “Ik stond er blanco in, heb het van tevoren ook niet opgezocht. Ik heb tegen mezelf gezegd: je gaat er naartoe en dan maak je er het beste van. Mijn motivatie is van min naar heel erg plus gegaan, zeker tijdens het traject. Het gaat niet alleen over eten, maar ook over bewegen, rust en stress. Iedere keer een ander onderwerp, dat vond ik geweldig.”

Diepere motivatie om mee te doen is per persoon heel verschillend
We vragen huisarts Pieta van Rhijn van de Zorggroep Regio Oosterhout & Omstreken (Zorroo) naar de motivatie van mensen om mee te doen aan een traject dat valt onder de gecombineerde leefstijlinterventie. Ze ziet dat gezond leven in vergelijking met vroeger een hogere prioriteit heeft bij mensen. “Geef me maar een pilletje om af te vallen, was het vroeger. Nu zijn mensen veel meer bezig met gezond leven.“ Beerens valt haar bij. “We weten dat we allemaal ouder worden en we willen gezond oud worden.”

Leeftstijlcoach Nicole Philippens komt in de praktijk diverse redenen tegen waarom mensen meedoen. “Iedereen die meedoet wil afvallen, maar de diepere motivatie is heel verschillend: de een wil weer lekkerder in zijn vel zitten en de ander wil gezond oud worden. Weer een ander wil weer de trap oplopen zonder te hijgen. Ook zie ik mensen die in een sociaal isolement zitten en die zeggen: als ik me lekkerder voel durf ik weer meer aan te pakken. “

Het gaat niet over alles wegen en calorieën tellen
Beerens vertelt enthousiast over het Coolprogamma en het is haar letterlijk en figuurlijk aan te zien dat het veel heeft veranderd voor haar. Ze is in het eerste jaar van het traject 20 kilo afgevallen en dat is er niet meer aangekomen. “Na een operatie ben ik 5 kilo aangekomen, maar ik ben nu weer bezig om dat er af te krijgen en val weer af.” Anders omgaan met voeding en meer bewegen zitten nu echt in haar systeem. ““Aan het onderdeel over voeding heb ik het meeste gehad. Het ging gelukkig niet over alles wegen en calorieën tellen. De boodschap is: je moet gewoon opletten wat je eet, eet bijvoorbeeld de helft. En etiketten lezen, dat vond ik super. Want hoeveel suiker zit er in halvajam? Nog steeds veel te veel, dus eet gewone jam, maar dan de helft. Eet roomboter maar dan een beetje. Dat doe ik nog steeds.” Huisarts Van Rhijn vult aan: “Wat ik ook terug hoor van mensen is dat ze keuzes leren maken. Waarom kies je voor bepaalde voedingsmiddelen? Dat verschil leer je.”  Beerens noemt nog iets belangrijks: “Ik drink nu nog maar zeer weinig alcohol. Dat is echt veranderd. Alleen op een feestje doe ik dat nog wel eens.”

Mensen zien ook dat het leuk is
Een heel belangrijke pijler van het traject is het sociale element. Leeftstijlcoach Philippens ziet bijvoorbeeld mensen die het prettig vinden om met een groep samen te werken aan eenzelfde doel, omdat ze het moeilijk vinden om het alleen te doen.  Van Rhijn vult aan: “Wanneer mensen eenmaal bezig zijn met het traject, komt het sociale aspect naar voren. Er ontstaan (app)groepjes en ze vinden het fijn om extra te wandelen met een clubje.  Deelnemers zien dat het ook leuk is.”  Philippens benoemt nog een heel belangrijk aspect. “Ik kan heel veel vertellen en tips geven, maar het werkt vooral goed als deelnemers elkaar tips geven. Dit is echt een van de werkzame elementen van GLI. In het begin zijn mensen nog wat aan het aftasten, maar als ze een paar groepssessies hebben gehad en ze ook als een groep beginnen te functioneren, gaan mensen elkaar aanspreken: is dit of dat niet wat voor jou?”

Regie ligt vooral bij de deelnemers
Een ander heel belangrijk element dat Philippens noemt is dat de regie vooral ligt bij de deelnemers. “Ze geven hun eigen traject vorm. In de zorg gebeurde dat tot nu toe niet. Je krijgt dan een diagnose en behandeling en instructie hoe je iets moet gaan doen. Bij GLI leer je mensen hun eigen doelen te stellen en welke acties nodig zijn op de weg daar naar toe. Als mensen na twee jaar het traject afronden zijn ze nog niet klaar. Maar als een deelnemer dan vervolgens een nieuwe doelstelling formuleert, dan weet hij of zij ook hoe je haalbare doelen kunt stellen en hoe je daar kunt komen. Je maakt mensen vaardiger en leert ze zelfredzaamheid, gezondheidsvaardigheden.” Ze herinnert zich dat de eigen regie bij deelnemer Nell Beerens gelijk in goede aarde viel. “Toen ik aangaf dat ik niet zou gaan zeggen wat zij moest doen, zag ik haar ontspannen. Zij wil zelf graag de regie houden, dat past bij haar. Ze had veel weerstand bij het onderwerp bewegen, maar ze stond wel open voor alle informatie. Je plant als leefstijlcoach ergens een zaadje en vanzelf komt er dan wel iets.” Beerens doet tegenwoordig alles met de fiets binnen haar woonplaats Oosterhout, iets wat ze voorheen niet deed.

Vermindering werkdruk in de huisartsenpraktijk
Naast alle voordelen voor de individuele deelnemer is er nog een ander belangrijk voordeel van de GLI; vermindering van de werkdruk in de huisartsenpraktijk. Huisarts Van Rhijn: “Dat zien we met name bij de praktijkondersteuner. De controles blijven, maar intensieve begeleiding maakt dat mensen een sprong maken in de behandeling. Bij diabetespatiënten die medicatie gebruiken kan de frequentie van controles bijvoorbeeld van 4 naar 2 per jaar teruggaan. Ook vraagt verandering in leefstijl intensieve begeleiding waar praktijkondersteuners vaak geen tijd voor hebben. Het is mooi dat dat in een apart programma kan plaatsvinden. Verandering van leefstijl vergt wel een aantal weken tot maanden. Je hoeft nu niet langer diep in te gaan op begeleiden bij leefstijl, maar kunt mensen het leefstijlprogramma aanbieden. De route is korter.”

Drie programma’s
De GLI is er niet voor iedereen. Een arts kan volwassenen met een BMI tussen de 25 en 30 die een verhoogd risico hebben op hart en vaatziekten en alle mensen met een BMI hoger dan 30 doorverwijzen naar een erkende GLI-aanbieder. Het Zorginstituut heeft drie leefstijlinterventiesprogramma’s aangewezen die vanuit basisverzekering vergoed worden. Dit zijn de Beweegkuur, COOL en Slimmer. Zorgverzekeraars kunnen een keuze maken welke van deze programma’s ze vergoeden en welke zorgverleners ze contracteren.