Iris van Bennekom, opening met logo-b35947e8-d998-48f6-95c0-6e38d72de494.jpg
Zorgverzekering 02-11-2016

Iris van Bennekom: tijd voor discussie over de bedoeling van het zorgstelsel

“Ik vind het gehele gezondheidszorgstelsel erg ingewikkeld. Dat was al zo met de Zorgverzekeringswet, maar met de decentralisatie die sinds 2015 is doorgezet, is dat nog toegenomen. Mensen knip je nu eenmaal niet op in verschillende stelsels. Het is goed dat we vanuit de positieve, maar ook de ingewikkelde onderdelen van de stelsels de discussie voeren over de bedoeling van de stelsels, zonder daar van tevoren al een waardeoordeel over te hebben. Die discussie is al gaande in de samenleving, maar de regie ontbreekt. Als er zorgverzekeraars zijn die discussie met verzekerden en zorgverleners willen voeren, zou dat een groot goed zijn.” Dit zegt Iris van Bennekom, algemeen directeur/bestuurder bij Wilgaerden, een organisatie die ouderenzorg in alle facetten verzorgt in West-Friesland.

We spreken Van Bennekom ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zij was een van de sleutelfiguren die een belangrijk aandeel leverde aan een zeer relevant thema rond de Zvw: de rol van de patiënt. De wet kwam tot stand door draagvlak bij de zogenoemde driehoek: patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars. Iris van Bennekom was van 2000 tot 2008 directeur van de Nederlandse Patiënten en Consumentenfederatie en in die hoedanigheid nauw betrokken bij de inrichting van de Zvw.

Nationaal Zorgfonds
Van Bennekom ziet ook de discussie over het Nationaal Zorgfonds en heeft daarover een duidelijke mening: “Ik heb nog niet gehoord wat dat oplevert ten opzichte van het huidige systeem. De kritiek van de initiatiefnemers van het Nationaal Zorgfonds is dat er teveel bureaucratie is en dat zorgverzekeraars zich teveel met bedrijfsvoering bemoeien, maar het systeem hiervóór van ziekenfonds en particuliere verzekering had ook heel veel nadelen. Mensen werden bijvoorbeeld buitengesloten. Was je verzekerd bij een ziekenfonds dan kwam je voor bepaalde zorg niet in aanmerking. Het huidige systeem kent veel meer solidariteit tussen gezonde en ongezonde Nederlanders. Maar er is veel te weinig uitgedragen hoe mensen beter worden van het stelsel.” Er ligt in de communicatie over de Zorgverzekeringswet altijd teveel nadruk op de kosten, vindt Van Bennekom. Dat terwijl de vergrote solidariteit wellicht het belangrijkste winstpunt is van de stelselherziening in 2006.

Patiënten in de lead bij zorginkoop was en is ideaal
De verenigde patiëntenorganisaties hadden bij de totstandkoming van de Zorgverzekeringswet voor ogen om zelf de zorg te gaan inkopen. “Dat was het ideale model. We begrepen ook wel dat we daar niet de kennis voor hadden, maar de ziekenfondsen wel. We verwachtten toen dat er na zo’n 15 jaar zorgverzekeraars zouden zijn die zich met verzekeren bezighouden en dat er aparte organisaties zouden komen voor de zorginkoop. Dat denk ik nog steeds.”

Meetlat voor ideale stelsel
De invloed van patiënten op de zorginkoop was een van de voorwaarden die de Nederlandse Patiënten en Consumentenfederatie, tegenwoordig de Patiëntenfederatie Nederland, inbracht voor de Zvw. “Toen ik in 2000 begon bij de Patiëntenfederatie, was daar geen kennis over de op handen zijnde veranderingen in het stelsel. We hebben ons toen goed laten informeren door onder de meer de SER en hebben een lijst met punten gemaakt waaraan het ideale stelsel zou moeten voldoen.” Naast invloed op de zorginkoop stonden daarop onder meer ook: keuzevrijheid, behoud van solidariteit en de rechtspositie van de patiënt.

Relatie zorgverlener-zorgverzekeraar
Van Bennekom heeft veel ervaring in het zorgveld. Tijdens haar loopbaan werkte ze onder meer als beleidsmedewerker bij Zilveren Kruis, voordat ze naar de Patiëntenfederatie ging. “Daar heb ik veel geleerd over de verhouding tussen zorgverlener, patiënt en zorgverzekeraar. En het spanningsveld daartussen. Die kennis kon ik goed gebruiken bij het traject in aanloop naar de Zvw.” Later in haar loopbaan, ná de belangenbehartiging van patiënten, werkte ze in 2011 korte tijd bij De Friesland als directeur Zorg en Gezondheid. “Mijn verwachting toen was dat je een relatie moet hebben met zorgverleners in een regio als je wilt sturen op zorg. Je moet ook investeren in die relatie, marktaandeel hebben. Je kan dan namelijk ook het burgerperspectief een rol laten spelen bij de zorginkoop. Dat bleek inderdaad zo te zijn. De invloed van de burgers is bij De Friesland relatief groot. Dat is zichtbaar in de zeer actieve ledenraad en de betrokkenheid bij de lastige discussies over de toekomst van de regionale ziekenhuiszorg.” 

Regie kwijt bij ernstige ziekte
Van Bennekom werkt ruim 25 jaar in de zorgsector. Wat is haar drijfveer? “Voor mij draait het om mensen bij wie het op een gegeven moment niet meezit. En dat maken we allemaal mee. Dan ben je kwetsbaar en afhankelijk en dan wil je dat het goed is.” Ze weet waar ze het over heeft, want ook in haar leven deed zich die situatie voor. Hoe ervaarde ze de zorg toen ze ernstig ziek werd? “Het systeem is complexer dan ik had kunnen vermoeden. Gelukkig waren er de zorgprofessionals die alles wat lastig en moeilijk was op verzekeringsgebied regelden voor mij. Iets anders was, dat vanaf het moment dat duidelijk was dat ik ernstig ziek was, de professionals de regie totaal naar zich toetrokken. Hoe goed ook bedoeld, dacht ik: dit gaat me niet gebeuren! Ik moest vechten voor mijn eigen regie.” Dat is haar blijkbaar goed gelukt want “aan het einde van het traject zei een professor tegen me: ‘we hebben veel van u geleerd’.”

Emancipatie patiënt doorzetten
Ten slotte willen we van Iris van Bennekom weten hoe ze de toekomst van de Zvw ziet, wat is haar wens voor patiënten voor de komende 10 jaar? “Ik hoop dat we de verworven rechten van de Zorgverzekeringswet, zoals solidariteit en keuzevrijheid, behouden. Daarbij zie ik een vorm van een persoonsgebonden budget als een instrument voor mensen wiens wensen niet binnen de Zvw vervuld kunnen worden. Ook de emancipatie van de rol van de patiënt, de rol vanuit het cliëntenperspectief, moet vooral doorgaan. De patiënt is een niet meer weg te denken speler in het veld.”