Bed wordt gereden door ziekenhuis-b50c56ff-27b0-44e3-ab6f-2844e923d81e.jpg
Kwaliteit 16-03-2016

Innovatiefonds Zorgverzekeraars ondersteunt onderzoek blended care na hypofyseoperaties

Het bestuur van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars heeft besloten een bijdrage te geven voor een project van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) waarin een vorm van ‘blended care’ wordt toegepast om patiënten na een hypofyseoperatie eerder naar huis te kunnen laten gaan.

In het project wordt vastgesteld of ambulante zorg na een hypofysetumoroperatie in Nederland toepasbaar is en toegevoegde waarde heeft in termen van verbetering van de kwaliteit van leven, kwaliteit van zorg en verlaging van kosten. De geleverde ambulante zorg omvat ondersteuning door een casemanager en een eHealth applicatie. In twee Amerikaanse studies is de veiligheid en toegevoegde waarde van blended care voor patiënten na hypofysetumoroperatie al vastgesteld. Het LUMC verwacht dat patiënten veel liever thuis herstellen en dat ze de toegenomen patiëntparticipatie en autonomie waarderen. Voorwaarde bij thuis herstellen is wel dat de veiligheid en opvang goed is geregeld.

Verbeterde aanpak psychische problemen bij jongeren
Het Innovatiefonds Zorgverzekeraars geeft ook een bijdrage aan een project waarin de zorg voor jongeren met psychische problemen wordt verbeterd. Uitvoerder van het project is een consortium onder leiding van de Vrije Universiteit. Het project is toegespitst op de training van GGZ-professionals en wijkteams. Het uiteindelijke doel is het versterken van de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren in Nederland.

Door de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten is er nu een kunstmatige ‘knip’ ontstaan in de psychische zorg voor jongeren. Psychische stoornissen beginnen vaak in de adolescentie. Met dit project krijgen jongeren in de leeftijd van 12-25 jaar die een psychische ziekte ontwikkelen of hebben, adequate zorg volgens de methodiek van Orygen en het National Centre of Excellence in Youth Mental Health in Melbourne, Australië. De methodiek wordt in pilots in Amsterdam en Maastricht/Limburg getest en is erop gericht signalen die mogelijk wijzen op een ernstige psychiatrische afwijking vroegtijdig te herkennen. Met de jongeren worden vervolgens gesprekken gevoerd over hun problemen en ze krijgen een kortdurende oplossingsgerichte interventie aangeboden. Dit motiveert de betrokken jongeren om aan hun problemen te werken.

Onderzoek nieuwe behandelmethoden na kindermishandeling en –misbruik 
Patiënten met PTSS als gevolg van kindermishandeling of –misbruik krijgen in de GGZ vaak niet de best passende behandeling. Een eerste keuze richtlijnbehandeling voor PTSS is exposure: blootstelling aan de traumatische herinneringen die de patiënt vermijdt. Uit onderzoek blijkt dat ook ernstige patiëntengroepen goede effecten bereiken met exposure, maar dat er tegelijkertijd bij veel van de patiënten uit die groepen sprake is van (tijdelijke) verergering, no show en drop-out. Exposure wordt in de specifieke doelgroep daarom (te) weinig toegepast. Er is een debat gaande of exposure wel effectief is bij deze ernstige doelgroep en of het veilig is om hen een hoge mate van angst te laten ervaren tijdens de sessies. Om dit debat onder behandelaren te beslechten gaat Parnassia Groep een vergelijkend onderzoek uitvoeren naar twee nieuwe vormen van exposuretherapie die beter zijn afgestemd op de behoeften van deze specifieke doelgroep. Het gaat daarbij om een gefaseerde behandeling waarbij patiënten eerst leren om heftige emoties te hanteren, waarna zij de exposure beter verdragen. Bij de tweede vorm wordt de therapie opgevoerd naar drie sessies per week in plaats van één. Hierdoor ervaren patiënten meer steun en sneller herstel. Omdat de kans dat de resultaten van dit onderzoek hun weg zullen vinden naar de praktijk als zeer groot wordt ingeschat, heeft het bestuur van het Innovatiefonds Zorgverzekeraars een bijdrage ter beschikking gesteld.

Combinatietherapie voor patiënten met niet-ernstige hemofilie A
Het Erasmus MC krijgt een bijdrage om een praktijkgericht onderzoek uit te voeren waarin twee vergoede geneesmiddelen voor behandeling van bloedingen bij patiënten met milde tot matige hemofilie A in combinatie worden toegepast. Hemofilie A (HA) is een erfelijke stollingsstoornis waarbij er een tekort is aan stollingsfactor VIII (FVIII). Bij tandheelkundige ingrepen zijn er twee behandelopties om bloedingen te voorkomen: toediening van FVIII concentraat of DDAVP (geneesmiddel dat ervoor zorgt dat het eigen FVIII vrijkomt). Deze behandelingen zijn niet optimaal: slechts dertien procent van de patiënten krijgt preoperatief de goede dosis. Onder- of overdosering kan wellicht voorkomen worden door toediening van een combinatiebehandeling van DDAVP en FVIII. Om dit aan te tonen wordt er een onderzoek uitgevoerd waarin de standaardbehandeling met FVIII concentraat wordt vergeleken met de combinatiebehandeling. De verwachting is dat de combinatiebehandeling leidt tot een forse verbetering van de tandheelkundige zorg voor niet-ernstige HA-patiënten en tot kostenbesparing. Op termijn hebben patiënten in ontwikkelingslanden mogelijk ook baat bij meer kennis over de werking van DDAVP, omdat dit middel in dergelijke landen vaak het enige beschikbare middel is.