Langdurige zorg 23-10-2020

Zorgkantoren vragen rechter om duidelijkheid over onderbouwing van tarieven voor langdurige zorg

De betrokken zorgkantoren* vragen de rechter om verduidelijking van het vonnis over het inkoopkader voor de Wet langdurige zorg. Zij kunnen zich vinden in het belang van reële en goed onderbouwde tariefpercentages, maar zij vinden de wijze waarop zij de percentages van de rechter moeten onderbouwen niet uitvoerbaar. Zij hebben behoefte aan een helder wettelijk kader waarmee zij kunnen werken aan de maatschappelijke opgave om de langdurige zorg ook in de toekomst betaalbaar, beschikbaar en van goede kwaliteit te houden. Zij tekenen daarom hoger beroep aan in de rechtszaak over het inkoopkader. Dit heeft geen gevolgen voor het eerder door de zorgkantoren op het vonnis aangepaste inkoopbeleid voor 2021

Lees ook de toelichting van Caro Verlaan van CZ Zorgkantoor over deze stap namens de betrokken zorgkantoren aan Skipr.

De rechter heeft het beleid van de zorgkantoren voor de inkoop van langdurige zorg onrechtmatig verklaard met de uitspraak van 1 oktober jl. Zorgkantoren mogen werken met een basistarief met een opslag, maar de rechter vindt dat zij onvoldoende onderbouwen waarom hun tarieven reëel zijn. De tariefpercentages voor de inkoop van langdurige zorg moeten daarom gebaseerd zijn op degelijk onderzoek, waarin verschillende factoren worden meegewogen, waaronder organisatie-specifieke aspecten, (goed gemotiveerde) regionale kostenverschillen, veronderstelde doelmatigheidswinst en haalbaarheid qua tarifering per deelsector. De rechter is daarnaast van mening dat zorgkantoren rekening moeten houden met de kostprijs bij een redelijk efficiënt functionerende zorgaanbieder. 

Uitvoerbare onderbouwing
Zorgkantoren willen uiteraard ook graag werken met reële en goed onderbouwde tarieven, maar zijn van mening dat zij niet kunnen voldoen aan de gestelde eisen voor de onderbouwing. Ze hopen met een hoger beroep tot een werkwijze te komen die voor hen wel uitvoerbaar is. De maatschappelijke opgave voor een goede, betaalbare en beschikbare langdurige zorg is te groot om stil te staan en op oude voet door te gaan. Zorgkantoren vinden het daarom van essentieel belang dat de rechter hen duidelijkheid biedt over de kaders die worden gesteld aan de werkwijze waarbinnen zorgkantoren hun wettelijke taak kunnen uitvoeren.   

Inkoopkader
Zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor het inkopen van langdurige zorg binnen het budget dat door het ministerie van VWS beschikbaar is gesteld. In het inkoopkader stellen zij de tariefsystematiek vast. Met het nieuwe inkoopkader is gezocht naar een balans tussen het bieden van zekerheid en continuïteit voor zorgaanbieders (met een eenduidig en vast basistarief in alle regio’s) en het belonen van het werken aan vernieuwing en passende zorg (met een opslag op het tarief). Het inkoopkader is voor de zorgkantoren een belangrijk instrument om vorm te geven aan de transitie naar een toekomstgerichte langdurige zorg.

2021 en verder
Het aantekenen van het hoger beroep heeft geen invloed op de eerder gecommuniceerde wijzigingen van het inkoopbeleid voor 2021. Zorgkantoren vinden het van groot belang dat cliënten geen hinder ondervinden van het juridisch proces. Zij hebben daarom eerder al duidelijkheid geboden over de zorginkoop voor aankomend jaar. Ook onderstrepen de betrokken zorgkantoren dat zij zoals eerder toegezegd over het beleid voor 2022 en 2023 de komende maanden graag in gesprek gaan met de brancheverenigingen van zorgaanbieders en met de vertegenwoordigers van cliënten. 

* van de verzekeraars CZ, Eno, VGZ, Zilveren Kruis, Zorg en Zekerheid