Hoe digitale apps hulpverleners kunnen ontlasten
Een DiGA vervangt de zorgverlener niet, maar biedt een extra mogelijkheid om passende zorg te bieden. Samen met de patiënt bepaal je of een DiGA aansluit bij de hulpvraag en de persoonlijke situatie van de patiënt.
Drie apps als start
DiGAnl start met drie geselecteerde apps die voldoen aan duidelijke kwaliteitscriteria. Ze zijn relevant voor een grote groep patiënten in de huisartsenpraktijk, wetenschappelijk onderbouwd, bewezen effectief en worden breed ondersteund door de beroepsgroep. Daarnaast zijn ze door Digizo.nu beoordeeld op onder meer veiligheid en certificering. Bekijk de toetsuitslagen van Untire Now, Vertigo Training en URinControl.
De DiGA’s zijn ontwikkeld voor een specifieke aandoening of klacht zoals vermoeidheid bij kanker, (draai)duizeligheid en ongewenst urineverlies bij vrouwen. Met deze DiGA’s kunnen patiënten thuis, in hun eigen tempo, actief aan de slag met hun gezondheid. Tienduizenden mensen gebruiken al een van deze apps. De ervaringen van patiënten laten zien dat meer dan de helft van de mensen er baat bij heeft en daarna geen andere zorg meer nodig heeft. De apps worden daarbij door een grote meerderheid van de gebruikers aangeraden.
Het aanbod zal de komende jaren worden uitgebreid met nieuwe DiGA’s die voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria. Zo krijgen zorgverleners steeds meer mogelijkheden om bewezen effectieve DiGA’s op een passende manier in te zetten.
Hoe zet je een DIGA in?
Het inzetten van een DiGA begint met het herkennen van de hulpvraag. Heeft een patiënt last van ongewenst urineverlies, (draai)duizeligheid of vermoeidheid als gevolg van kanker, dan controleer je of aan alle inclusiecriteria is voldaan en of er geen exclusiecriteria van toepassing zijn.
Vervolgens bespreek je de DiGA met de patiënt. Je legt uit wat de DiGA voor de patiënt kan betekenen, dat de effectiviteit wetenschappelijk is aangetoond en dat het gebruik kosteloos is. Staat de patiënt open voor het gebruik van een DiGA, dan zoek je de betreffende DiGA op in ZorgDomein en verstuur je de verwijzing. Daarna gaat de patiënt zelfstandig aan de slag.
De praktische werkinstructie (afgestemd met de vertegenwoordiging van de beroepsgroep) vind je hier.