Monitor MTVP: Meer werkplezier huisartsen en tevreden patiënten
Twee jaar na de start van Meer tijd voor de patiënt (MTVP) zijn huisartsenpraktijken positiever over hun werk en waarderen patiënten de zorg hoog. Ook de samenwerking in de zorg is verbeterd. Wel is er nog extra inzet nodig voor vermindering consulten en diagnostiek. Dat blijkt uit de nieuwste effectmeting MTVP van LHV, InEen en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).
Positieve resultaten
De monitor laat zien dat er goede stappen zijn gezet op het gebied van werkplezier en patiënttevredenheid. Huisartsen beoordelen hun werk met een gemiddelde score van 8,05 . Patiënten zijn met een waardering van 4,6 op een vijfpuntsschaal zeer tevreden over de aandacht, communicatie en betrokkenheid. Bovendien is het aantal verwijzingen naar de tweede lijn licht gedaald en is de samenwerking in het zorgnetwerk versterkt, met meer afstemming in de wijk en intervisie tussen huisartsen.
Aandacht voor vermindering consulten en diagnostiek
Op een aantal indicatoren zien we dat we nog niet de beoogde doelen met bijbehorend resultaat hebben bereikt. Zo is het gemiddeld aantal consulten licht gestegen, net als de eerstelijnsdiagnostiek en de medicatiekosten. Ook zijn er nog steeds teveel mensen zonder huisarts. De verbeteringen, die we hier door MTVP verwachtten te zien, zijn nu nog niet zichtbaar in alle indicatoren. We gaan dit jaar verder onderzoeken hoe dit komt, zodat we in 2026 vervolgstappen kunnen implementeren die nodig zijn om ook deze doelen alsnog te halen. Als aanzet zijn al aanvullende afspraken gemaakt die zijn verwerkt in de nieuwe leidraad.
“We zijn trots op wat we samen hebben bereikt in een uitdagende tijd. De beweging is goed in gang gezet, nu kunnen we verder. Met MTVP houden we het vak aantrekkelijk en daarmee de zorg toegankelijk.” – Marjolein Tasche, voorzitter LHV
“Mooi om de beweging MTVP gezamenlijk te monitoren en dat daaruit blijkt dat de netwerksamenwerking die de regionale huisartsenorganisaties ondersteunen, sterker is geworden. Dat komt ten goede aan het werkplezier van de huisarts en draagt bij aan het toekomstbestendig houden van de huisartsenzorg.” – Ruben Wenselaar, voorzitter InEen
“Wij blijven volledig achter de investering in het MTVP-programma staan en zijn verheugd over de mooie resultaten op werkplezier en patiënttevredenheid. Tegelijkertijd zien we dat de harde KPI’s – zoals het aantal consulten, diagnostiek en medicatiekosten – nog niet genoeg opleveren. Daar zullen we met alle partijen scherp op blijven sturen om de toegankelijkheid van de huisartsenzorg te borgen.” – Wout Adema, directeur Zorg Zorgverzekeraars Nederland
Samen verder bouwen
De resultaten bevestigen dat Meer tijd voor de patiënt bijdraagt aan een meer toekomstbestendige huisartsenzorg, maar ook dat we er nog niet zijn en er nog stappen gezet moeten worden. Huisartsen, zorgverzekeraars en regionale huisartsenorganisaties moeten samen blijven sturen op de kern: minder onnodige consulten, verwijzingen en diagnostiek, betere samenwerking in de wijk en borgen van de toegankelijkheid van de huisartsenzorg. Hiervoor is het belangrijk dat huisartsen actief blijven bijdragen door implementatie van nieuwe interventies. Zo houden we met elkaar de huisartsenzorg toegankelijk voor alle patiënten en zetten we de koers voort om betere zorg én een prettige werkomgeving te bieden!
Nieuwe versie Leidraad MTVP
De leidraad MTVP heeft een update gekregen vanwege actuele ontwikkelingen en het stimuleren van de noodzakelijke doorontwikkeling van MTVP. Doel is om huisartsen en hun organisaties duidelijkheid en continuïteit te bieden naar 2028, maar ook om huisartsen te inspireren nieuwe interventies te blijven oppakken en door te ontwikkelen om de gestelde doelen te bereiken. In de leidraad staan daarom meer goede voorbeelden van interventies.
De monitor wordt tot en met 2028 voortgezet om vorderingen te volgen en bij te sturen waar nodig om de toegang tot de huisartsenzorg te behouden.
Doelstellingen Meer Tijd voor de patiënt
MTVP heeft als kerndoelstelling de gemiddelde consulttijd per patiënt te verlengen van 10 naar 15 minuten. Met deze extra 5 minuten ontstaat:
- Ruimte om écht te luisteren en samen met de patiënt de beste aanpak te bepalen
- Minder onnodige verwijzingen naar het ziekenhuis en overbodige diagnostiek
- Lager medicijngebruik en minder herhaalbezoeken, doordat klachten grondiger worden doorgrond
Om dit te bereiken is een pakket aan interventies en een intensivering van de personele inzet ontwikkeld, ondersteund met € 250 miljoen aan extra middelen. Zo verbeteren we de praktijkvoering én verlagen we de werkdruk, waardoor huisartsen ook in de toekomst nieuwe patiënten kunnen blijven aannemen.
Uitgelichte artikelen
VWS, CumuluZ en ZN maken afspraken voor samenhang data-initiatieven in de zorg
Om landelijke databeschikbaarheid in de zorg te realiseren, is een sterke verbinding nodig tussen regionale initiatieven vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en landelijke ontwikkelingen. Daarom hebben het ministerie van VWS, stichting CumuluZ en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) afspraken gemaakt over de rolverdeling, governance en samenhang tussen het VWS-programma Landelijk Dekkend Netwerk (LDN) en de regionale data-initiatieven die door zorgverzekeraars met IZA-transformatiemiddelen worden ondersteund.
Alle transformatieplannen voor zorgcoördinatie goedgekeurd
De landelijke partijen die betrokken zijn bij zorgcoördinatie melden dat alle transformatieplannen in de tien Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)-regio’s op het gebied van zorgcoördinatie formeel zijn goedgekeurd. Dit is te danken aan de grote inzet en samenwerking in de regio’s, waar zorgverzekeraars samen met zorgprofessionals, bestuurders en beleidsmakers de afgelopen periode intensief hebben gewerkt aan concrete afspraken en oplossingen. Daarmee is een belangrijke mijlpaal bereikt in de gezamenlijke inzet om de acute zorg te versterken. En zo patiënten sneller passende zorg te bieden.
Overstapcijfer verzekerden definitief: 6,4 procent
Zo’n 1,15 miljoen verzekerden zijn in het afgelopen maanden overgestapt naar een andere zorgverzekeraar. Dat is 6,4 procent van de verzekerden, een lager aantal dan vorig jaar. Dit blijkt uit het definitieve overstapcijfer van Vektis, die dit vandaag bekend maakte.