Wachtlijsten langdurige zorg


Zorgkantoren regelen dat mensen tijdig passende langdurige zorg krijgen. Door de vergrijzing van de Nederlandse bevolking stijgt de vraag naar verpleeghuiszorg de komende jaren enorm. Volgens de meest recente prognose van TNO zal de vraag naar verpleeghuiszorg in de komende twintig jaar ruim verdubbelen. Voor het jaar 2025 zijn al 25.000 extra verpleeghuisplaatsen nodig.

Zorgkantoren maken daarom met kwartaalrapportages inzichtelijk wat de vraag naar verpleeghuiszorg is, zowel landelijk als regionaal. Met behulp van deze cijfers willen zorgkantoren in de regio in gesprek met zorgaanbieders en gemeenten om samen voldoende aanbod van passende verpleeghuisplaatsen te realiseren.


Wat staat er in de kwartaalrapportages?

  • Hoeveel mensen wachten op een plaats in een verpleeghuis? Hoeveel daarvan zijn actief wachtend?
  • Hoelang duurt de wachttijd gemiddeld?
  • Welke regionale verschillen vallen op?
  • Hoe lang verblijven cliënten in een verpleeginstelling?
  • Hoe ontwikkelt de vraag naar verpleeghuiszorg zich in de loop van het jaar? Wat betekenen deze cijfers voor de vraag naar verpleeghuiszorg?
  • En nog veel meer


Download kwartaalrapportages

 

Nieuwe wachtstatussen per 1 januari 2021
Wanneer iemand met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) nog niet direct terecht kan bij de aanbieder van zijn of haar voorkeur, dan volgt plaatsing op een wachtlijst. Per 1 januari 2021 wordt binnen de Wlz gewerkt met een nieuwe indeling in wachtstatussen.

  1. Urgent plaatsen
  2. Actief plaatsen
  3. Wacht op voorkeur
  4. Wacht uit voorzorg

Deze nieuwe indeling geldt voor iedereen met een Wlz-indicatie die wacht op plaatsing. Dus zowel voor de ouderenzorg (sector V&V)), als voor de verstandelijk gehandicaptenzorg (VG) en de lichamelijk en zintuigelijk gehandicaptenzorg (LG en ZG).  


Waarom nieuwe wachtstatussen?
Cliënten met een Wlz-indicatie worden tot 2021 geregistreerd in de categorieën actief wachtenden (18%) en niet-actief wachtenden (82%). De groep die niet-actief wachtend is, heeft bijna allemaal (93%) zorg aan huis. Binnen deze laatste groep is de diversiteit  in zorgbehoefte groot. De een staat ‘uit voorzorg’ op een wachtlijst, de ander wacht op een partneropname of op een plaats in een specifieke locatie. Maar er zijn ook wachtenden waarbij het thuis eigenlijk niet meer gaat en waarbij bemiddeling naar een opname nodig is.  Uit een steekproef van de zorgkantoren  onder ouderen op de wachtlijst bleek dat ruim één op de tien wel zo snel mogelijk naar het verpleeghuis wil of moet. Dit zijn dus eigenlijk actief wachtenden die in aanmerking komen voor bemiddeling. 

Zorgkantoren hebben daarom met Zorginstituut Nederland de  nieuwe indeling van de wachtlijsten gemaakt. Hierin is meer ruimte voor het registreren van de wens van de klant, de behoefte aan zorg en de noodzaak van plaatsing. Per 1 januari wordt binnen de langdurige zorg gewerkt met deze nieuwe indeling.