Toekenning PGB’s voor deel budgethouders met chronische zorg naar maximaal 5 jaar
Voor een deel van de chronische patiënten die hun zorg betalen met een persoonsgebonden budget (PGB) uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) is het vanaf half mei niet meer nodig om elke twee jaar opnieuw een indicatie te krijgen voor een nieuwe toekenning van het zorgbudget.
Op basis van nieuwe landelijke afspraken kunnen zorgverzekeraars deze standaardregel in uitzonderingssituaties loslaten en maatwerk toepassen, zodat deze verzekerden niet zo vaak meer de aanvraagformulieren hoeven in te vullen. PGB’s in de Zvw kunnen, als de zorgvraag daarbij passend is, vanaf heden langer dan twee jaar en maximaal tot vijf jaar worden toegekend.
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft dit vandaag in een brief aan de Tweede Kamer bekend gemaakt. VWS, Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN), belangenorganisatie Per Saldo en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben samen een zogeheten ‘handreiking’ gemaakt voor pgb-houders bij wie duidelijk is dat hun zorgvraag chronisch en stabiel is. Bijvoorbeeld bij mensen met een dwarslaesie of amputatie.
Handreiking met nieuwe werkwijze
In de handreiking, die getoetst is bij een aantal budgethouders en verpleegkundigen, staat de werkwijze voor wijkverpleegkundigen en zorgverzekeraars omschreven. De indicerend wijkverpleegkundige bepaalt de indicatie en zorgverzekeraars bepalen – net zoals nu – uiteindelijk of zij het budget (deels of helemaal) toekennen. “Geen cliënt is hetzelfde, en voor bepaalde cliënten geldt dat de zorgvraag ook voor langere tijd constant en voorspelbaar is’’, aldus Wout Adema, directeur Zorg van ZN. “Voor deze groep valt door deze afspraken de noodzaak tot het tweejaarlijks opnieuw invullen van de formulieren weg.’’
Zorgvraag kan veranderen
Dat er voor een herindicatie een periode van maximaal vijf jaar is afgesproken, heeft een duidelijke reden. Adema legt uit: “Ook als je chronisch ziek of gehandicapt bent, kan je zorgvraag veranderen. Misschien kun je met minder professionele zorg toe, of wellicht heb je meer nodig. Dit kan overigens ook binnen de vijfjaars periode het geval zijn. In dat geval kan de wijkverpleegkundige dit signaleren en een nieuwe indicatie opstellen.’’
Zorgverzekeraars hebben een wettelijke taak om te controleren of indicaties (en de duur hiervan) voldoen aan de beroepsnormen en aan wet- en regelgeving. Cliënten vinden herindicaties vaak lastig en ongewenst. Zorgverzekeraars begrijpen dit, zegt Wout Adema. “Maar hoe je het wendt of keert, ze zijn vaak nodig. Ze zijn bedoeld om te kijken of de verzekerde zowel voldoende als ook doelmatige zorg krijgt. In de PGB’s gaat veel geld om, premiegeld van verzekerden. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat de cliënten voldoende zorg krijgen maar ook dat onze collectieve middelen goed worden besteed.’’
Monitoring
VWS, V&VN, Per Saldo en ZN zijn vorig jaar gestart met het onderzoeken van de mogelijkheden om de indicering voor deze groep kwetsbare patiënten voor langere tijd te maken. De nieuwe werkwijze gaat half mei in, alle partijen gaan samen monitoren hoe het gaat en of aanscherping van de handreiking nodig is.
Uitgelichte artikelen
VWS, CumuluZ en ZN maken afspraken voor samenhang data-initiatieven in de zorg
Om landelijke databeschikbaarheid in de zorg te realiseren, is een sterke verbinding nodig tussen regionale initiatieven vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en landelijke ontwikkelingen. Daarom hebben het ministerie van VWS, stichting CumuluZ en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) afspraken gemaakt over de rolverdeling, governance en samenhang tussen het VWS-programma Landelijk Dekkend Netwerk (LDN) en de regionale data-initiatieven die door zorgverzekeraars met IZA-transformatiemiddelen worden ondersteund.
Alle transformatieplannen voor zorgcoördinatie goedgekeurd
De landelijke partijen die betrokken zijn bij zorgcoördinatie melden dat alle transformatieplannen in de tien Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)-regio’s op het gebied van zorgcoördinatie formeel zijn goedgekeurd. Dit is te danken aan de grote inzet en samenwerking in de regio’s, waar zorgverzekeraars samen met zorgprofessionals, bestuurders en beleidsmakers de afgelopen periode intensief hebben gewerkt aan concrete afspraken en oplossingen. Daarmee is een belangrijke mijlpaal bereikt in de gezamenlijke inzet om de acute zorg te versterken. En zo patiënten sneller passende zorg te bieden.
Overstapcijfer verzekerden definitief: 6,4 procent
Zo’n 1,15 miljoen verzekerden zijn in het afgelopen maanden overgestapt naar een andere zorgverzekeraar. Dat is 6,4 procent van de verzekerden, een lager aantal dan vorig jaar. Dit blijkt uit het definitieve overstapcijfer van Vektis, die dit vandaag bekend maakte.