Eerstelijns­zorg

Zorgverzekeraars vergoeden medisch noodzakelijke mineralen-geneesmiddelen ook in 2025

Zorgverzekeraars vergoeden ook volgend jaar een aantal zogeheten mineralen-geneesmiddelen vanuit de basisverzekering. Het gaat om kaliumcitraat, magnesiumcitraat, magnesiumgluconaat, magnesiumlactaat en zinksulfaat (zogeheten mineralen), die een groep patiënten niet als voedingssupplement maar als geneesmiddel gebruikt. Dit betreft alleen de bereidingspreparaten en niet de merkproducten Magnence en Magemedi.

Medewerker en klant bij de balie in de apotheek

De regeling voor 2025 is gelijk aan de regeling die voor 2023 en 2024 getroffen is. Gebruikers die deze geneesmiddelen in 2022, 2023 en 2024 vergoed kregen op basis van bepaalde voorwaarden, blijven deze geneesmiddelen dus ook in 2025 via hun apotheek vergoed krijgen. Dat geldt ook voor nieuwe gebruikers die aan deze vergoedingsvoorwaarden voldoen. Deze groep mineralengeneesmiddelen wordt door specifieke patiëntengroepen, zoals patiënten met ernstige nierziekten of stofwisselingsziekten, gebruikt als therapeutisch middel en niet als voedingssupplement.

Het betreft de volgende middelen en voorwaarden:

  • Voor magnesiumgluconaat 500 mg en magnesiumlactaat 350 mg geldt dat het eerste recept afkomstig is van een internist/MDL-arts of (kinder)nefroloog en de patiënt bekend is met renale hypomagnesiëmie of hypomagnesiëmie ten gevolge van chemotherapie of short bowel syndroom.
  • Voor kaliumcitraat 500 mg geldt dat de patiënt bekend is met niersteenlijden of renale tubulaire acidose.
  • Voor magnesiumcitraat 376 mg geldt dat het eerste recept afkomstig is van een internist/MDL-arts of (kinder)nefroloog.
  • Voor kaliumcitraat- en magnesiumgluconaat d dranken geldt dat ze naast de bovengenoemde voorwaarden alleen worden vergoed bij patiënten met slikproblemen en kinderen jonger dan 12 jaar.
  • Voor zinksulfaat capsules 200 mg geldt dat de patiënt bekend is met het syndroom van Danbolt of ziekte van Wilson.
  • Voor zinksulfaat drank geldt dat het alleen wordt vergoed voor kinderen jonger dan 7 jaar.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Zorginstituut Nederland, de NZa, de KNMP en ZN werken momenteel samen om de bekostiging van deze groep geneesmiddelen structureel te regelen. Naar verwachting neemt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2025 een besluit hierover. Als dit een aanpassing betreft in de vergoeding van deze middelen dan zullen wij dit via onze website communiceren.

Uitgelichte artikelen

Bekijk alle berichten
Online gesprek tussen arts en patient
Digitalisering

VWS, CumuluZ en ZN maken afspraken voor samenhang data-initiatieven in de zorg

Om landelijke databeschikbaarheid in de zorg te realiseren, is een sterke verbinding nodig tussen regionale initiatieven vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en landelijke ontwikkelingen. Daarom hebben het ministerie van VWS, stichting CumuluZ en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) afspraken gemaakt over de rolverdeling, governance en samenhang tussen het VWS-programma Landelijk Dekkend Netwerk (LDN) en de regionale data-initiatieven die door zorgverzekeraars met IZA-transformatiemiddelen worden ondersteund.

Mensen aan de telefoon
Transformatieplannen

Alle transformatieplannen voor zorgcoördinatie goedgekeurd

De landelijke partijen die betrokken zijn bij zorgcoördinatie melden dat alle transformatieplannen in de tien Regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ)-regio’s op het gebied van zorgcoördinatie formeel zijn goedgekeurd. Dit is te danken aan de grote inzet en samenwerking in de regio’s, waar zorgverzekeraars samen met zorgprofessionals, bestuurders en beleidsmakers de afgelopen periode intensief hebben gewerkt aan concrete afspraken en oplossingen. Daarmee is een belangrijke mijlpaal bereikt in de gezamenlijke inzet om de acute zorg te versterken. En zo patiënten sneller passende zorg te bieden.

Man kijkt op laptop naar informatie over zorgverzekering

Overstapcijfer verzekerden definitief: 6,4 procent

Zo’n 1,15 miljoen verzekerden zijn in het afgelopen maanden overgestapt naar een andere zorgverzekeraar. Dat is 6,4 procent van de verzekerden, een lager aantal dan vorig jaar. Dit blijkt uit het definitieve overstapcijfer van Vektis, die dit vandaag bekend maakte.

Bekijk alle berichten